HomeGids der Landbouw-maatschappijen en Land-eigenarenPagina 8

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 7.20 MB

PDF (Volledig document), 35.24 MB

Tr [ ~· ~~ *"`ij--"v`; ‘’‘“ . ¤ " "
{ T1
1:;/ .
6 i
· , Naar mate de bevolking toeneemt, kunt gü haar ·
; · niet even als in Amerika, Rusland en Azie, zeggen:
ga, zie daar landen, die slechts op uwe handen
wachten. _
. Uw grond heeft eene bepaalde uitgestrektheid; gij
kunt hem geene enkele roede uitbreiden.
Wat moet gn doen-? De opbrengst vermeerderen; i
a dit is eene bepaalde daadzaak. ~
f Welnu, onder de gronden, waarvan ik spreek, zün °i
i er goede die men uitmuntend, middelmatige die men _
r goed, en slechte die men middelmatig kan maken.
Op deze stelling is mün stelsel gevestigd.
Wij allen hebben in woeste en dorre streken scha~
mele hutten zien staan; steeds vonden wg daarneven
`ï; eenen vruchtbaren hof, eene middelmatige weide, en
Z; eenen bunder bouwland, waarvan deszelfs meester ge- ·
voed wordt. Wie heeft dat alles voortgebragt? Ar-
, beid en Mest. ‘
De in woeste streken liggende dorpen zün van
j vruchtbare velden omgeven. Naarmate de bevolking
‘ . toeneemt gaat zü voorwaarts op de woestijn, even
, als de golven der zee op het strand. i
Het is de hand van den mensch die dat gedaan
l heeft; het is de kracht van züne rede die hem in staat
stelt de natuur te bedwingen. Maar vlugt of ver-­
dwijnt hh, dan keert de woestün terug; zü herneemt
I haren scepter; zü werkt en vernielt; zü wischt ten
laatste zelfs den naam, die de mensch aan znne ver-
l overing had gegeven, uit. ·
j Ja! men kan verbeteren; maar er dient volharding
H toe en men moet zich meststoffen weten te scheppen.
{ Dit is overal mogelük, en wel gemakkelüker dan men
denkt. ,
De Landbouw is ce-ne plaaüseltïice wetenschap, die op .
algemeene stellingen berust. Iedere grond eischt züne
E behouwingswüze en züne bemestingen.
N ‘ Maar de nitgeputte en, in streken waar 1nen schaarsch ,
bemest, door opvolgende graanoogsten ujtgeteerde lan­·
den, zullen nimmer goede oogsten geven, indien men
ze niet verbetert.
Het klimaat heeft ook grooten invloed op de kul­­
l turen. De late en nachtvorsten zgn plagen. Zü be­=
nadeelen clikwerf sommige oogsten in hooge mate.
i Evenwel hebben klimaat en vorst minder invloed
1
P