HomeGids der Landbouw-maatschappijen en Land-eigenarenPagina 17

JPEG (Deze pagina), 975.99 KB

TIFF (Deze pagina), 7.15 MB

PDF (Volledig document), 35.24 MB

I Y I>YvY>I"Ur i v__`IvvwY rvnv IWI I Y Y nr Y rv Y Y II Y. Y Y HIM www I I {Ir ~ · <..« QYQCQ
E
15 3
§e 10. Vijgeboonexr, wolfsboonen, lupinen (Lupimes al-
J bus). Ik wist dat in een gedeelte van het hertogdom
Milaan en van het koningrük Napels men verscheidene _,
achtereenvolgende oogsten van tarwe verkreeg, zon- .
der andere bemesting· dan de vügeboonen, die men na
den oogst zaaide. .
Ik liet er van komen, zaaide ze in Maart en ver-
kreeg eenen goeden oogst. In het zuiden zaait men ’
ze in het najaar, doch hier zouden zij den winter niet Q
doorstaan.
De vngeboon is van alle planten de minst kiesche
op den grond: overal groeit dit gewas welig, uitge- .
zonderd alleen op luchten kalkgrond. Ook put zij den E
grond het minste uit, als hebbende slechts eenen pin- `l
wortel bnna zonder haarwortelen. j
Om onder te delven zaaide ik in Junij, en de plant
was altijd volwassen in het laatst van October.
Op het tijdstip van den bloei, werpt men het zaad van ’
het opvolgend gewas op deze planten in de vore en
bedekt alles met den grond.
De landbouwer zal voor deze onderdelving terug
deinzen. Zeg hem voort te gaan en alles zal goed
uitkomen. __ ig
Gedurende den winter stond mijne tarwe slechts jj
middelmatig; ik opende eenige voren en vond de vij~ g
geboonen in verteerenden staat.
Dit was mij duidelijk, nadat ik wist dat er 15** `
warmte vereischt worden, gepaard met vocht om be-
dolven planten te doen vergaan. _
Met het voorjaar zag men de tarwe uitschieten, uit- §j
stoelen, en zeer schoon worden. Toen vond ik niets
, meer van de vügeboonen; zij waren geheel verteerd.
Ik heb geene proeven genomen op garst en rogge. I
Mogelük zoude men voor deze gewassen reeds in I
· Augustus de groene bemesting moeten onderdelven.
20. Heb ik ondergedolven wikken in vollen bloei in j
het laatst van Mei; dan zijn zg bn het bezaaijen ge- t_
heel verteerd; leveren eene goede bemesting.
W 30. Heb ik eindelijk boekweit ondergedolven; deze ‘
zaai ik in het laatst van Augustus; ik werp 1 mud j
op den bunder. Maar daar de boekweit op mijnen j
, grond slecht opkomt zaai ik er koolzaad, of kool on- .
der, en bedelf ik alles tegen het laatst van October. l
In ’t kort.
~l
2
«. jg?