HomeGids der Landbouw-maatschappijen en Land-eigenarenPagina 11

JPEG (Deze pagina), 974.65 KB

TIFF (Deze pagina), 7.22 MB

PDF (Volledig document), 35.24 MB

` .
l
I
Op de vlakten eenen door te veel opvolgende ­ V
graanoogsten uitgeputten grond; weinig of niet bemest A
land waarvan men jaarlgks eenen oogst eischt; zwakke
gewassen die van iedere verandering der luchtgesteld­ I
heid lijden; eene bevolking arm en zonder geestkracht, Y
gekweld door gebrek.
Op de hoogten en de heiden nog geen achtste deel
ä. in bebouwing; uitgestrekte woeste velden; vee dat ge- ’
durende zeven maanden van het jaar honger lgdt, en,
steeds buiten blijvende, geen of weinig mest maakt; ig
hoeven met 50 bunders, bezittende slechts eenen ll
ploeg; eene kleine bevolking omdat er weinig werk is. ;
W 4Dit zult gij overal vinden waar de kunst­weiden 2
onbekend zgn, waar men weinig wortel-gewassen teelt.
Evenwel zgn de uitgaven vergroot en de paehten
verhoogd.
= · Voor den bouwman moet de oogst ·van het jaar de I
_ uitgaven van het jaar betalen. Indien lig schuldig
blgft, bezaait alles om gelgk te komen.
Zie daar hetkwaad, ­- laten wg het geneesmiddel zoeken.
Wat moet de Maatschappg doen? Dat werktuig
werkt gebrekkig, men moet het herstellen. Die grond Q
raakt uitgeput, men moet hem verbeteren.
Dat hebben Domzasiun te Roville, BELLA te Gri­ gj
gnon, (VAN BRAKEL op den Eng) gedaan; ieder welon-
derrigt eigenaar zal het doen, anders gaat hij zijnen
ondergang onvermijdelijk te gemoet. i
Verbeter den grond; gij zult den oogst vermeerde-
‘ ren, het vee vermeerderen, den mest vermeerderen. ‘
Er bestaat geen ander middel. ‘
Alzoo moet de verbetering van den grond de l1oofdge­ E
_ dachte, het hoofddoel van de vereeniging zijn. Daaraan ·
moeten het grootste gedeelte van het geld waarover zij I
beschikking heeft, haar wil en volharding besteed worden.
De stof van dit werk is dus de verbetering van den s
grond door meststoffen, door wijzigingen, door onder- l
gedolven oogsten, door kunst­­weiden, door de teelt .
van wortebgewassen, door groene oogsten.
HOOFDSTUK II. j
' § 1. Over dan Smlmest.
Iedereen weet wat mest is; maar wat men niet
j 2
r l
E

rr V. O wim` " Ya ’ " · Y