HomeDieren-ZondagPagina 18

JPEG (Deze pagina), 816.42 KB

TIFF (Deze pagina), 5.17 MB

PDF (Volledig document), 19.97 MB

j n
· 18
‘ l
1 want zij hebben geen weide; ook zijn de schaapskudden ·
verwoest. Ook schreeuwt elk beest des velds tot U !" (Hfst. 1:20).
En dan Ezechiel 34l Daarin wordt geprofeteerd tegen
Israëls herders, die zichzélf weiden in plaats. van hun
schapen. Het afkeurenswaardige van hun gedrag wordt ver-
` geleken met de slechte behandeling die een wreede schaap- g
herder zijn kudde doet ondergaan: ,,de zwakken sterkt gij
niet en het kranke heelt gij niet, en het weggedrevene brengt "
gij. niet weder, en het verlorene zoekt gij niet; maar gij
heerscht over hen met strengheid en met hardheid" (vs. 4).
Zóó doet de Goede Herder nièt l ,,Ik zal mijne schapen weiden, rz __
en lk zal ze legeren, spreekt de Heere, Heere;het verlorene `
zal ik zoeken en het weggedrevene zal ik wederbrengen en Q
het gebrokene zal ik verbinden en het kranke zal ik sterken" g
` ~ (vs. 15, 16). ä
il Wat dunkt u, heeft óók de God des Ouden Testaments, g 4
` die met zulk een diepen afkeer van den meedoogenloozen l
. huurling en met zulk een innige sympathie van den vrien- ,
l delijken herder spreekt, niet zèlf een warm hart voor het dier?
Ook het Nieuwe Testament legt, op`meer dan éënc plaats,
treffend getuigenis af van Gods zorg voor de dieren. ,
Wie denkt in dit verband niet aanstonds aan de verzeke-
ring waarmede de waarschuwing, om niet bezorgd te zijn
voor het leven, wordt gemotiveerd: ,,Aanziet de vogelen des
hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in
de schuren, en uw hemelsche Vader voedt nochtans dezelve"
(Matth. VI vs. 26)?
En aan dat andere woord, vol bemoediging en troost: (
,,Wo1‘den niet twee muschjens om een penningsken verkocht?
En niet één van deze zal op aarde vallen zonder uwen Vader"
(Matth. X vs. 29)? ‘ 2
Zoo sprak niet iemand, die God niet kende. Zoo sprak de ‘l
Zoon des Vaders zèlf, jezus Christus, in Wien het hart Gods
ons is geopenbaard.
, Die, al de eeuwen door, als het ,,Lam Gods" is erkend ,
en aangebeden (Jesaja 53 vs. 7; joh. 1 vs. 29, 36; Hand. "’
8 vs. 32; Openb. 5 vs. 6).
A Die, den tempel te jeruzalem reinigende, de groote schapen 1
en sterke ossen uitdreef, maar tot degenen die de teere,