HomeDieren-ZondagPagina 13

JPEG (Deze pagina), 788.20 KB

TIFF (Deze pagina), 5.15 MB

PDF (Volledig document), 19.97 MB

E
‘ 13
de eerste bladzijde van den Bijbel, in het daar geboekte schep-
{ pingsverhaal zoowel van de dieren als van de menschen ge-
j schreven, dat God hen zegemde (Genesis 1 vs. 22, 28). Dat
; staat niet van de planten en van de boomen. Alléén van de
l dieren èn van de menschen. Dat is een fijn trekje, waarop
j doorgaans niet gelet wordt. En toch, hoe rijk is het en hoe
Q diepzinnig. Wat zou er door aangeduid worden? Ik geloof
l dat die zegen Gods, over mensch én dier uitgesproken, de
1 erkenning is van beider gemoeds­leven.
I Een boom heeft er geen weet van als zijn takken worden
j afgehouwen en zijn bladeren worden afgerukt, evenals ’t hem
j geheel onverschillig is of men zijn stam zou streelen en zijn
jr loof prijst, omdat daaronder beschutting is te vinden tegen
fellen zonnebrand.
j Een bloem lijdt niet als haar stengel knakt en zij zelve
( wordt afgesneden, evenmin als zij met bewustheid op haar
Q verzorging met dank en blijdschap reageert.
Maar het dier is, evenals de mensch, ontvankelijk voor vrien-
delijkheid en voor ruwheid, voor bescherming en voor mar-
§ teling. En hoe hooger ontwikkeld het dier is, des te fijner
j is zijn onderscheidings-vermogen. Wie weet niet dat een hond,
j bij instinct, beseft of iemand van honden houdt, ja dan neen?
j Verkeert hij in ’t onzekere, hij zal zich wat gereserveerd toonen.
j Maar nauwelijks voelt hij een bezoeker diens vriendschap
j voor de dieren af, of hij springt blij tegen hem op en laat
{ zich met welgevallen streelen.
j Het dier schuwt elke wreede behandeling en kan roerend
g smeeken hem die te besparen. ,
O, als de menschen maar zulke goede ooren hadden als
j Bileam: als zij maar zulk een teer geweten hadden als deze
li profeet, die de ezelin waarop hij reed, hoorde vragen: ,,wat
, heb ik u gedaan dat gij mij nu drie maal geslagen hebt?
i Ben ik niet uw ezelin, op dewelken gij gereden hebt van toen
af dat gij mijn heer geweest zijt tot op dezen dag? Ben ik
i ooit gewoon geweest ii alzoo te doen?" (Numeri 22), - zij
l zouden nog de gefolterde dieren zóó hooren spreken en ze
Q A zouden zich, evenals Bileam, schamen over hun lafhartig en
j schandelijk gedrag!
Van Bileam’s ezelin gesproken, die zoo verstandig en aan-