HomeLandhuishoudkundige school te GroningenPagina 9

JPEG (Deze pagina), 696.64 KB

TIFF (Deze pagina), 4.69 MB

PDF (Volledig document), 13.22 MB

, l
leeraar in den landbouw af te leggen." lk wil dit gaarne
gelooven en heb de redenen daarvoor in mijne genoemde ver-
, handeling (blz. 20) opgegeven. Hij, die aan den minister van
binnenlandsehe zaken heeft aangeraden, om aan Z. M. den l
Koning voor te stellen het besluit van 25 Nov. 1867 (Staatsblad 1
no. H5) hiertoe betrekkelijk te nemen, heeft een dwazen en
ik mag wel zeggen een raad gegeven, die tot nagenoeg
onwettige handelingen leidt. lmmers, in dit besluit worden
regelen gegeven voor aeten van bekwaamheid voor het geven
van middelbaar onderwijs en in het daartoe strekkend besluit
worden verscheidene vakken opgenoemd, welke niet eens in O
het beruchte landbouvwgedeelte der Wet op het Middelbaar
Onderwijs genoemd zi_jn. Mag men zoo maar allerlei zaken
bijvoegen, waar de Wet van zwijgt? en dat geene kleinigl1e­
den: b. v. het waardeeren van hontgewas; het waardeeren van
eigendommen; kennis van den bodem in Neerlands Indië, van
[ de planten- en cllercmtrrelrl aldaar. Het laatste is waarlijk geen
landbouw, en wle zonde in deze - en al de gevorderde
vakken ­­ met goed gevolg examen kunnen afleggen? Het-
zelfde geldt van het voorgeschreven examen voor den adspirant
ambtenaar bij het bosehwezen. -- S. zegt (bl. l95), dat dit
examen adoor eenen hooggeleerden mond" veroordeeld wordt ` O
als onmogelijk om af te leggen, zoo dit eerlijk uitgevoerd l
wordt. Die hooggeleerde mond is natuurlijk weder de mijne.
Op blz. 7-9 van mijn stuk heb ik de Tier en tzelnlig vakken,
waarin het examen voor den landbouw afgenomen zoude moeten
. worden en daaronder vakken van veel omvang, in welke in
geheel Nederland geen onderwijs gegeven wordt, opgenoemd,
en ik blijf volhouden, dat zulk een examen onuitvoerbaar is,
als het eerlijk uitgevoerd zal worden.
Over het onderwijs in den kolonialen landbouw draait de
‘ heer S. op zeer beogen toon door, misschien omdat ik de
eenige ben, die tot dusver onderwijs in dit vak heb gegeven.
Maar nu geloof ik vooreerst te mogen zeggen, dat de heer
geen kennis heeft van den kolonialen landbouw en dus geen
regt heeft op zoo hoogen toen daarover te spreken. -­ lk wil
wel bekennen, dat ik zelf moeite daarmede had , toen ik vóór
vele jaren daarmede begon; maar ik heb eerst, hetwelk ik
steeds dankbaar erkennen zal, van den beer W. L. DE STURLER
hulp hiervoor verkregen en heb later meer dan 20 jaren lang
van alle mij voorkomende hulpmiddelen hiervoor gebruik ge-