HomeLandhuishoudkundige school te GroningenPagina 8

JPEG (Deze pagina), 722.98 KB

TIFF (Deze pagina), 4.69 MB

PDF (Volledig document), 13.22 MB

6
voorspiegelt uit Duitsehland, waar geheel andere toestanden
bestaan en waar bepaaldelijk de landgoederen eene oneindig
meerdere grootte hebben dan bij ons, waar de gewone boer-
derijen veelal niet grooter dan 40 of 50 bunders zijn.
De door onze vroegere leerlingen uitgegeven stukken worden
door S. genoemd, »op weinig uitzonderingen na, min of meer
lhutieve opstellen uit den recepten-landb0uw." Beleefdheid
wachtte ik niet van den beer S.; maar wel had ik mogen
eischen , dat hij het werk van jonge menschen , in ons land,
waar de landbouw-letterkunde nog slechts zoo korten tijd be-
I staat, regtvaardig zoude beoordeelen. -­ Er zgn onder deze
geschriften natuurlijk stukken van minder aanbelang, daar wij
ook kleinere, in Tüdsehriften geplaatste stukken mede opge-
nomen hebben; maar, waar S. hüzonder op valt, het nietige
van beschrijvingen van bijzondere deelen van den landbouw,
dit is geheel ongegrond. Goede, duidelijke beschrijvingen toch
van eenige teelt of wijze van handelen in den landbouw heb-
ben , naar het oordeel van alle deskundigen , voor den landbouw [
op andere plaatsen meer leerrijks dan holle, theoretische stel-
lingen of hier dikwijls niet toepasselijke voorschriften uit het
buitenland.
i De heer S. gaat vervolgens over om het landbouw­onderwijs
aan te prijzen, zooals dit in de Wet op het Middelbaar Onder-
wijs nedergelegd is. Dat ik het hier niet mede eens ben, en
dat ik den schrijver niet wil volgen in zijne op ons land niet
toepasselijke utopiën over driederlei landbouw-onderwijs, waar-
voor zeer zeker geene leerlingen te vinden zouden zijn, is, _
l zooals ik uit het boos­worden van den heer S. opmaak, de
hoofdreden waarom hetgeen ik voor den landbouw naar mijn
i beste weten getracht heb te doen, zoe moest verguisd wor-
: ` den. -- Maar, er zijn nog wel andere stormen over mijn hoofd
t gegaan en men kan er vast op rekenen, dat ik mij door hate­
lijkheden en wrok tegen mij, omdat ik een ander gevoelen
durf aankleven, niet zal laten terugbrengen van hetgeen ik
reken aan de waarheid verschuldigd te zijn.
Ik meen allen, die in deze zaak belang stellen, dringend te
l moeten uitnoodigen mijne verhandeling zelve over deze zaak
_ na te lezen.
De heer S. zegt (blz. 195): »Gedurende het vijfjarig bestaan
van de Wet (op het middelbaar onderwijs) heeft nog geen
enkel onderwijzer zich in staat gevoeld om het examen voor
je