HomeLandhuishoudkundige school te GroningenPagina 10

JPEG (Deze pagina), 751.73 KB

TIFF (Deze pagina), 4.70 MB

PDF (Volledig document), 13.22 MB

l
l 8
( maakt en zelfs mijn handschrift ter beoordeeling en aanvulling
aan vroegere in de Oost geplaatste leerlingen toegezonden.
Wanneer deze personen, die met de zaak bekend zijn, een _
afkeurend oordeel uitspraken, zoude dit iets te beteekenen
hebben; ­- in den mond van den heer STARING, naar mijne
overtuiging, niet. Ik heb zelfs het voornemen, zoo God mij
het leven spaart, gezamentlijk met een mijner vroegere leer-
. lingen, den heer G. SGHILTHUIS, het door mij over kolonialen
landbouw op schrift gebragte in het licht te geven, zoodat dan
i het publiek zelf zal kunnen oordeelen.
ln ééne zaak ben ik het met den heer S. eens, dat het . ,_,.,e
L namelijk te wenschen is, dat eigenaars van landgoederen in ij
' Nederland meer dan tot dusver het geval was, zich aan den ;
wetenschappelijken landbouw laten gelegen liggen; maar wel- j
ken weg zij en anderen, die zich op dit vak willen toeleggen, j
daarbij moeten inslaan, hieromtrent is het stelsel van S. en I
de geheele regeling van het middelbaar onderwijs (zonder
' praktische uitoefening van den landbouw), met het mijne (the-
orie met praktijk verbonden) geheel cn al tegenstrijdig. Be-
halve hetgeen eene veeljarige ondervinding in landbouw­onder­
. wijs mij geleerd heeft, dat de wijze, waarop de theoretische · ·
lessen ’s winters te Groningen met de uitoefening der praktijk
op eene boerderij te Haren bij Groningen in verband staan, j
de voor ons land inderdaad meest passende inrigting is,
hetwelk ik in mijne aangehaalde Verhandeling nader heb aan-
getoond, sta ik in dezen niet alleen. Een ongenoemd schrij- '
ver in de Economist van Julü-Augustus van dit jaar, blz. (
771 volg., een kundig, ervaren en door ons geheele land
wel bekend man, wiens naam ik echter niet noemen wil,
omdat. deze bij zün opstel in de Economist niet bijgevoegd
is, schrijft, zonder de hatelijkheden van S. nog gelezen te
hebben, met betrekking tot mijn stuk in het Tijdschrift voor
de Nijverheid, dat, zoo iemand, ik voorzeker het regt heb,
i mijne denkbeelden over landbouw­onderwijs mede te deelen
(blz. 776); dat mijne meeningen over landbonw­onderwijs
verre vcrkieslijk zijn boven die van de Wet op het Middelbaar
Onderwijs (blz. 777); noemt het stelsel te Groningen goed,
maar betreurt het, dat een niet genoegzame toelage van het
Rijk belet, het genoeg in al zäne declen naar behooren te
ontwikkelen. HQ baalt daarbü de uitspraken aan van de
oud-leerlingen der Groninger school, HARTOG en VAN ITERSON,