HomeDe Nederlandsche boschbouw en de wereldhoutvoorziening.Pagina 3

JPEG (Deze pagina), 1.12 MB

TIFF (Deze pagina), 7.73 MB

PDF (Volledig document), 34.45 MB

. l
Hg
F fi,
' "·' " VT" V': v ` T" V’Y' ` E l
| 2£&>ï£M§¥§@1l:|.
- 1. ' ar 3 " l 3 ‘ 4 Q ‘ L {
4
1
· DE NEDERLANDSCHE BOSCHBOUW EN DE
WERELDHOUIVOORZIENING.
E DOOR
Ir. J. H. JAGER GERLINGS ‘
Inspecteur van het Staatsboschbeheer.
,‘ ooals alles op onzen aardbol - en ongetwijfeld ook daar-
2 buiten - aan voortdurende verandering onderhevig is, zoo is
P dit ook het geval met den bebosschingstoestand van de wereld.
Omtrent de verspreiding van de bosschen over Europa in vroeger
tijden, alsook omtrent de boomsoorten, waaruit zij destijds waren ·
opgebouwd, verkeert men nog in veel opzichten in het onzekere. j
W Toch staat wel vast, dat zich in Europa na het terugtrekken van
, het landijs, toen het klimaat milder werd, eene woudvegetatie j
. ontwikkelde, die dit landschap grootendeels overdekte. Q
Hoewel overblijfselen in de venen er op wijzen, dat tijdens den
ijstijd dennen en sparren in N.W. Europa thuis waren, blijkt uit l
velerlei gegevens, dat het woud, dat zich daarna in die streken
ontwikkelde, bijna uitsluitend uit loofhout bestond, waarin de eik, `
naast esschen en elzen, de hoofdrol speelde.
__ _ De oudste bronnen, waaruit wij iets over onze bosschen kunnen
V putten, vormen de Romeinsche schrijvers.
j Zoo vinden wij bij C. Plinius in het 12e boek zijner ,,Historia
{ naturalis", dat over de natuurlijke historie der boomen handelt,
i veel, waaruit we een indruk kunnen krijgen, hoe het er destijds in
het Romeinsche rijk ten aanzien van de bosschen uitzag. Plinius
roemt de boomen en de bosschen als het allerhoogste geschenk
van de natuur voor de menschen. Zij voorzagen in de meest primi- .
· tieve behoeften der oer-menschen en bewezen den cultuur­menschen
· duizenderlei diensten, zonder welke zij niet zouden kunnen bestaan.
Volgens mededeelingen van Tacitus en andere Romeinsche
schrijvers was het gebied ten noorden van de Alpen tot de Noord- P
zee dicht met bosschen bedekt. Ongetwijfeld waren daarvan groote
gebieden niet door bosch, doch door heide- en grasvlakten, moeras-
sen en venen ingenomen, maar het staat toch vast, dat de bosch-
f` rijkdom van N. Europa destijds zeer groot was.