HomeDe Nederlandsche boschbouw en de wereldhoutvoorziening.Pagina 21

JPEG (Deze pagina), 1.28 MB

TIFF (Deze pagina), 8.08 MB

PDF (Volledig document), 34.45 MB

l
ë
r l
° DE NEDERLANDSCHE BoscHBoUw EN na wERELr>HoUTvooRz1EN1No. 523
l waardeloos of onbekend zijn. De goede soorten moeten daardoor
, bijeengezocht worden, waardoor het vervoer bezwaarlijk en kost-
j baar wordt. Hoe geheel anders is dit in de eentonige naaldhout-
; bosschen van N.O. Europa en Canada, waar men slechts met één
j of met enkele houtsoorten heeft te maken, die voor den voet geveld
kunnen worden en in 1nassa kunnen worden vervoerd!
i Ook de Oostaziatische en Noordamerikaansche bosschen der gema-
1 tigde luchtstreek zijn soortenrijk, maar het verschil in bruikbaarheid
Z der verschillende soorten is hier veel geringer. De meeste soorten
‘ zijn voor dezelfde doeleinden vrijwel even geschikt, veelal, omdat
zij botanisch nauw verwant zijn.
Z Eindelijk richt zich de houtconsumptie, zooalswij reeds zagen,
_ `_ hoofdzakelijk naar het licht- en weekhout, dat door zijn vorm en
” afmetingen bij uitstek geschikt is voor constructieve doeleinden en
Q zich gemakkelijk laat bewerken. Mogelijk zal het naaldhout voor
verschillende doeleinden door loofhout kunnen worden vervangen,
maar het is niet te verwachten, dat de uitgesproken voorkeur voor
deze houtsoort ooit geheel zal verdwijnen.
5 Uit een en ander blijkt, dat de beteekenis van de tropische en
subtropische oerwoudgebieden voor de wereldhoutvoorziening
zich met groote waarschijnlijkheid zal blijven beperken tot de leve-
‘ ring van waardevolle houtsoorten, maar nimmer tot die van de
massale hoeveelheden gebruikshout. ’
Nu moet men niet uit het oog verliezen, dat het in exploitatie
nemen van een oerwoud steeds beteekent het aantasten en gewoon-
lijk zelfs de vernietiging van het houtkapitaal, dat in het bosch
· vertegenwoordigd was. In het bosch, dat in geregeld beheer is,
blijft het kapitaal steeds intact ; de aanwezige houtvoorraad blijft
vrijwel constant, doordat de jaarlijksche bijgroei aan hout wordt
­` » geoogst. Deze oogst vormt de rente van het kapitaal, dat door het
bosch vertegenwoordigd wordt. Een oerwoud is echter een dood
kapitaal. De houtvoorraad blijft ook hier constant, maar de bij groei
wordt hier niet geoogst, doch dient ter vervanging van de houtmassa,
die voortdurend in het bosch zelf te niet gaat door het sterven van
boomen, ten gevolge van ouderdom of anderszins. Wordt een oer-
. woud in exploitatie genomen, dan wil dit niet zeggen, dat voortaan .
een deel der aanwezige houtmassa, overeenkomende met den jaar-
lijkschen houtaangroei, wordt geoogst en te gelde gemaakt, maar
dan velt men alle boomen, die verkoopbaar zijn. Gewoonlijk
worden in het bosch houtzagerijen opgericht, die de stammen ter
plaatse tot werkhout verzagen. Zoodra een flinke oppervlakte
bosch is afgeslacht, verhuizen zij naar een andere plek. Men tracht
dus den geheelen houtvoorraad te gelde te maken, waarbij alles,
1 wat geen handelswaarde heeft, gewoonlijk vernield wordt ; het bosch
, verdwijnt gewoonlijk als zoodanig. Het verschil tusschen de exploi-
tatie van de naaldhoutoerwouden in Noordelijke streken en de
tropische oerwouden bestaat vooral hierin, dat bij de eerste het
I
ä