HomeDe Nederlandsche boschbouw en de wereldhoutvoorziening.Pagina 20

JPEG (Deze pagina), 1.26 MB

TIFF (Deze pagina), 8.08 MB

PDF (Volledig document), 34.45 MB

‘; ä I
5 §
E r E
j. ` 522 DE NEDERLANDSCHE EoscHEoUw EN DE WERELDHOUTVOORZIENING. i
i L hout, om ter voorziening in het houttekort behulpzaam te zijn.
i I In het uitgestrekte lage gebied in N.O. Europa en N.-Azië bevinden à
i zich echter nog ongekend groote houtvoorraden; het Russisch- ‘
, Siberisch oerwoud. Op deze bosschen, die hoofdzakelijk uit naald- j
j hout bestaan, is Europa voor zijn houtvoorziening aangewezen.
g 1 Eene dergelijke geweldige naaldhoutvoorraad is ook nog aanwezig ;
jr , . in Canada en Alaska; zijne groote beteekenis voor het machtige ‘
industriegebied in de Ver. Staten ligt voor de hand. ?
E. · Als wereld-houtvoorraadschuren moeten voorts worden genoemd ï
{X { het Zuid-Amerikaansche oerwoud, in de geweldige stroomgebieden ` .
ii van de Amazone en de Orinoco en het vrijwel even uitgestrekte j
Q Kongo­oerwoud in Afrika. In beide gebieden overheerscht het
* loofhout. F
z' j Ten slotte moeten worden genoemd de woudgebieden van Achter- w ·
ä j Indië en de Soenda-eilanden, die, zooals bekend, eveneens overwe­ .
T gend uit loofhout bestaan. I
jg Behalve de zooeven genoemde belangrijkste houtvoorraadschu- ·
i. g ren zijn er nog verschillende minder belangrijke, zooals b.v. in de j
voornamelijk uit naaldhout maar ook uit loofhout bestaande bos- Q
t sehen in het Balkangebergte en op den Kaukasus. Deze boschge- j
i. E bieden nabij de Middellandsche Zee liggen gunstig voor het trans- ·‘
E ; port en zijn daardoor aangewezen om binnen afzienbaren tijd ter
jï , bevrediging van de houtbehoefte van Europa aan de bijl ten offer
j ‘ te vallen. De naaldhoutbosschen van N.­Amerika zullen in steeds
l` meerdere mate noodig zijn ter voorziening in de houtbehoefte van
j dat werelddeel zelf. De beteekenis van dit gebied neemt voor den
Europeeschen import steeds af en zal spoedig geheel verdwijnen. _
Q Europa zal dus in de toekomst geheel zijn aangewezen op de Rus-
‘ sisch-Siberische bosschen, die ongetwijfeld eene geweldige hout-
massa bevatten, maar waaraan ook in verband met de snelle uit-
ï E breiding van de industrie in Europa en het stijgende houtgebruik " E
ii ' per hoofd der bevolking, eerder een eind zal komen, dan men bij
j oppervlakkige beschouwing zou denken.
Y- Welke rol zullen dan de loofhoutvoorraden van de tropen en
I subtropen ten aanzien van de houtvoorziening kunnen vervullen ?
ti Waarschijnlijk slechts eene geringe.
j De loofhoutbosschen van de tropen en subtropen eigenen zich I
1 _ niet voor massa-productie van hout en daar gaat het ten slotte om.
j Voor eene voortdurende export van groote houtmassa’s zijn veel
¥ arbeidskrachten noodig en nu liggen de groote tropische bosch-
V gebieden in streken,.die dun bevolkt zijn, terwijl het klimaat er
r ongeschikt is voor de vestiging van het blanke ras op groote schaal.
E Voorts vormt de ongekende soortenrijkdom een groote belemmering
j voor eene exploitatie in het groot. ~ ­-
I Boomen, waarvan de bruikbaarheid als werkhout vaststaat en
5 I die dus geschikt zijn voor den export, staan dun verspreid over ‘
groote oppervlakten, tusschen allerlei soorten, die als werkhout
2 ë
:· l
‘ S