HomeDe Nederlandsche boschbouw en de wereldhoutvoorziening.Pagina 12

JPEG (Deze pagina), 1.40 MB

TIFF (Deze pagina), 7.78 MB

PDF (Volledig document), 34.45 MB

M . _ ‘ .
ti
514 DE NEnEELANnscHE Boscmaouw EN DE WERELDHOUTVOORZIENING. ’
de mijnbouw thans wederom op onze bosschen aangewezen zijn en ‘
met uitsluiting van alle andere houtgebruikers alleen de beschik-
.éY king over onze dennenbosschen krijgen, dan zou die voorraad na
iii ruim 1 jaar en 3 maanden verbruikt zijn. Nederland zou dan echter F · ~ `
vrijwel ontdaan zijn van zijn kapbare grove dennenbosschen, ter-
§ wijl de overige houtgebruikers geen naaldhout zouden hebben kun-
nen krijgen. _
Qëj Belangrijk is ook het houtgebruik voor spoor- en tramwegen.
[gg Voor dwarsliggers bedroeg dit in 1927, 8o.oooM.3.
Door de luciferfabrieken en klompenmakerijen wordt veel popuï '
lierenhout gebruikt en wel volgens schatting 8o.ooo MP. per jaar,
waarvan het meeste tot klompen wordt verwerkt. De statistieken ` A
§§§ verschaffen ons hieromtrent echter geen gegevens, aangezien het _
hier meerendeels huisindustrie betreft. In de laatste jaren wordt ` _
V veel populierenhout uitgevoerd, het is de eenige houtsoort, waarvan
belangrijke hoeveelheden geëxporteerd worden. In de jaren 1924 _
tot en met 1927 bedroeg zij resp. p.l.m. 2.ooo M.3, 49.430 M.3, ‘ F
jy 18.690 M.3 en p.l.m. 80.ooo MP. Intusschen bleek uit een globale ·
opname van het aantal populieren in ons land, dat voorshands '
geen vrees behoeft te ontstaan voor een tekort van klompenhout. _ .
jj; Voorts is van belang de uitvoer van wilgenhoepels voor vaten ; ' ,
deze bedroeg in 1926, 17.530 M3. De overige houtuitvoer beperkte _
zich inb191ï6 tot kleiiäe hoeveelheden reeds bewerktesortimenten en
van fa ri aten van out. ·
De invoer heeft voornamelijk plaats uit Finland, Zweden, Duitsch-
land, Europeesch Rusland, Letland en Tsjecho­Slowakije. Fijne
,_ houtsoorten komen uit Indië, Fransch West-Afrika en Amerika. ·
jj Evenals in al de andere landen neemt het houtgebruik ook in
ii ons land steeds toe; de houtbehoefte in de bestaande bedrijven " I
lj groeit, terwijl er steeds nieuwe bronnen vangebruik bij komen. ,
Bij de houtvoorziening van de Nederlandsche industrie moeten wij
dus rekening houden met een houtgebruik, dat thans pl.m. 4 mil-
lioen M.3 bedraagt, maar dat geleidelijk stijgt.
Indien wij de thans in ons land aanwezige bosschen, waarvan wij _ I
jl · den j aarlijkschen bijgroei op 3 M.3 per H .A. hebben geschat, door een 4
meer deskundig beheer op den duur tot eene productie van 4 M.3 _
jg per HA. konden brengen, zou in ons land, in plaats van 5oo.ooo `
ïçg M.3, 65o.ooo M,3 hout per jaar kunnen bijgroeien, eene hoeveelheid,
die nog maar zeer klein is ten opzichte van het tegenwoordige §
ebruik. i
g Om het tegenwoordige gebruik uit den houtbijgroei onzer bos- j
schen te dekken, zouden wij 1.ooo.ooo H.A. bosch moeten hebben, _ .
. dat per jaar 4 M.3 per I-l.A. hout voortbrengt, dus ongeveer 4 maal _
il zooveel bosch als thans. Er zou in ons land dus 75o.ooo H.A. bosch Q
bij moeten komen, terwijl er slechts 427.000 H.A. woeste grond *, .
§ aanwezig is, waarvan, laten we zeggen, omstreeks de helft geschikt ‘ jg
is voor den aanleg van bouw- en weilanden. Hieruit volgt, dat Neder- .
N
lt i .
[
F