HomeDe Nederlandsche boschbouw en de wereldhoutvoorziening.Pagina 11

JPEG (Deze pagina), 1.27 MB

TIFF (Deze pagina), 7.78 MB

PDF (Volledig document), 34.45 MB

DE NEDERLANDSCHE BoscHBoUw EN DE wERELDHoUTv0oRz1EN1No. 513
worden aangevuld, terwijl voor enkele groepen slechts schatting i
kon plaats hebben. g
Over het houtgebruik in Nederland is onlangs een artikel f
ie. verschenen van den Houtvester F. W. Malsch in het tijdschrift
` van de Vereeniging ,,Nederlandsch Fabrikaat", waarin deze de uit- .4
i komsten van zijn studie over dit onderwerp uitvoerig meedeelt.
Malsch komt voor het houtgebruik in 1926 tot de slotsom, dat het
meeste hout in ons land wordt gebruikt door de houtverwerkende j
i industrieën en wel 1.345.000 MP. De papierfabrieken staan hierbij
ï aan het hoofd met een gebruik van 364.000 Mëpapierhout, 25.000 M.3
_ 5 houtslijp, terwijl bovendien nog 150.000 M3. hout in den vorm van
houtcellulose wordt gebruikt. In het geheel werd dus in 1926 in de
papierfabrieken in ons land eene hoeveelheid grondstoffen, afkom-
stig van hout, gebruikt, overeenkomende met rond 540.000 M.3 hout.
Op de papierfabrieken volgen de timmer- en kistenfabrieken met
f 300.000 MF.
H Na de houtverwerkende industrieën komt het bouwbedrijf, waar-
van het houtgebruik op 1.250.000 M.3 wordt becijferd op grond van
het feit, dat in 1927, 50.246 woningen zijn gebouwd, afgezien van het
aantal openbare gebouwen, terwijl gemiddeld per woning 25 M.3
hout is gerekend. Omtrent het houtgebruik voor waterstaatswerken
en door land- en tuinbouw staan geen gegevens ter beschikking;
Malsch schat dit op 1.000.000 l‘»([,3. Onze steenkolenmijnen gebruiken
jaarlijks groote hoeveelheden hout, die nauwkeurig bekend zijn.
In 1927 bedroeg het gebruik van mijnhout door de gezamenlijke
Steenkolenmijnen in Limburg ruim 301.000 M.3, terwijl voorts aan
eikenhout voor dwarsliggers van het mijnspoor, planken e.d.
ruim 7.000 M.3 en aan bezaagd naaldhout 10.300 MP werd gebruikt.
Het gebruik van mijnhout steeg van 1924 tot 1927 van 236.000 M.3
tot 301.000 M.3 dus ruim 23 % in 3 jaren! Van deze 301.000 M.3
leverden de Nederlandsche bosschen pl.m. 28 % of 86.000 M3
overeenkomende met eene oppervlakte dennenbosch van pl.m.
p 400 H .A. ; de rest werd uit het buitenland ingevoerd. Om het geheele
"Y tegenwoordige mijnhoutgebruik door onze Limburgsche mijnen uit
ij onze eigen bosschen te dekken, zou elk jaar niet minder dan
1500 HA. goed dennenbosch moeten worden geveld.
_ï` Toen ons land in de oorlogsjaren op onzen eigen houtvoorraad
was aangewezen, moesten maatregelen worden genomen om onze
steenkolenmijnen steeds van het noodige hout te voorzien. Zonder
; mijnstutten zou de mijnbouw heel spoedig vastloopen en wat dit
voor ons land zou hebben beteekend, toen ook geen steenkolen meer
; van buiten konden worden ingevoerd, laat zich denken. In die jaren
é is vanwege het Staatsboschbeheer eene inventarisatie gemaakt van
§ de in Nederland aanwezige dennenbosschen, die geschikt waren om
mijnhout te leveren en het bleek, dat die voorraad in 1918 omstreeks.
420.000 M.3 bedroeg. Men kan veilig aannemen, dat de thans
· *#‘ aanwezige voorraad vrijwel met die van 1918 overeenkomt. Zou dus _