HomeDe Nederlandsche boschbouw en de wereldhoutvoorziening.Pagina 10

JPEG (Deze pagina), 1.24 MB

TIFF (Deze pagina), 7.78 MB

PDF (Volledig document), 34.45 MB

t
eë.
lg ·
512 DE NEDERLANDSCHE BoscHBoUw EN DE WERELDHOUTVOORZIENING.
gj De hoeveelheid hout, die in ons land meer wordt ingevoerd, dan
uitgevoerd, geeft echter niet het houtverbruik aan, omdat in
gj een gedeelte van de houtconsumptie wordt voorzien door inlandsch
hout. Om deze hoeveelheid te bepalen, zijn we op schatting aangewe- ww.
zen, waarbij als grondslag moet dienen de oppervlakte bosch, die `
volgens de Verslagen van den Landbouw in ons land aanwezig j
is. Zooals reeds gezegd, bedraagt deze op 1 januari 1928 ruim 142.000
HA. naaldhout en ruim 21.000 HA. loofhout, benevens 72.000
HA. hakhout en 13.000 HA. grienden, welke beide laatste wij j
buiten beschouwing willen laten. ï
In Duitschland, waar men ten aanzien van den boschbouw over _
.§j behoorlijke Statistische gegevens beschikt, becijfert men den gemid- l
delden jaarlijkschen bij groei op 4 M.3 per HA. H
ëgj Nu staat de boschbouw in ons land ongetwijfeld op een lager
jäï peil, de meeste onzer bosschen zijn tot een zoodanige productie
niet in staat. Nemen we echter aan, dat in onze bosschen gemiddeld
per jaar en per HA. 3 M.3 hout bijgroeit, dan zouden we tot eene ,
jaarlijksche houtproductie komen van 426.000 M.3 naaldhout en
63.000 M.3 loofhout, d.i. te zamen 489.000 M.3 Waarschijnlijk is dit
cijfer in werkelijkheid lager, maar hier staat tegenover, dat in ons
gg, land veel hout wordt gebruikt, afkomstig van de beplantingen langs
wegen en dijken. Neemt men dit in aanmerking, dan kunnen we de
houtproductie in ons land globaal op 500.000 M.3 schatten.
Hoewel in ons land veel bosschen geveld worden om den grond
y voor bouw- of weiland te bestemmen, wordt deze boschverminde-
i` ring in het algemeen te niet gedaan door de bebossching van woes-
4, ten grond. We. mogen dan ook in het algemeen. wel aannemen -
althans voor dit betoog - dat de houtvoorraad in ons land vrijwel
constant blijft en dat de houtmassa, die men bij ons velt, steeds
; weer wordt aangevuld door de houtmassa, die jaarlijks bijgroeit.
i` We maken dus een roote fout, als we het 'aarliksch hout ebruik
uit onze eigen bässchän op rond % millioen lVl.3 stlellen. g
fê Zooeven zagen we, dat de meer-invoer aan hout rond 3% millioen g
r2· M.3 bedraagt; we komen zoodoende tot een totaal houtgebruik "Y
voor De/jns land van rond 4 millioen M.3, d.i. per hoofd der bevolking li
jj 0. 53 .3.
De vraag dringt zich dadelijk naar voren, wie in ons land de voor-
naamste houtgeb-ruikers zijn en hoeveel elk gebruikt. Het is echter
niet gemakkelijk om hierin een juist .inzicht te verkrijgen. Wel äi
_ geven de Statistieken voor Voortbrenging en Verbruik der Ned.
Nijverheid in 1913, 1916 en ¥QIQ 1) een inzicht in het gebruik van
jj hout door een groot aantal industrieën, maar deze gegevens zijn ;
niet voldoende. Dank zij de welwillendheid van de directies van ver- i
schillende bedrijven, die veel hout gebruiken, konden zij echter
,j 1) Bijdragen tot de Statistiek in Nederland, Nieuwe Volgreeks, No. 292
’ (1920) èn No. 322 (1921). ‘ L"
I.
j l