HomeDe Nederlandsche belastingswetten in verband met den boschbouwPagina 4

JPEG (Deze pagina), 1.06 MB

TIFF (Deze pagina), 7.26 MB

PDF (Volledig document), 18.21 MB

I . ' i
860
de steden kunnen hervatten. Tegelijk kan tevens de kleine .
. plattelandsbewoner in staat gesteld; worden, zon·der groote
1 zorgen den winter door te komen.
Het bosch oefent in het algemeen een veredelenden.
invloed op den mensch uit en er zijn maar weinig indi-
, viduen, die niet onder zijn bekorende werking geraken.
{ ‘Wettigt nu het een en ander, dat voor den bosch-
L · eigenaar exceptioneele bepalingen op· het belastingsge-
. bied worden gemaakt? O. i. slechts ten deele, want ook
j voor andere bedrijven kan terecht worden aangetoond,
dat zij met het oog op het nut, dat zij stichten, bevoor-
recht moeten worden.
Men geve zijn steun aan den boschbouw in een ande- .
ren, beter beoordeelbaren vorm·. Daar het algemeen belang H
. - zulks gewenscht maakt, moet aan het Staatsboschbeheer ·
Q een grootere uitbreiding worden gegeven, dan tot nog `
i toe gescheiedde. Waar de Regeering kostbare schilderijen
i voor hare musea aankoopt, moet zij evenmin schromen _ .
. de natuurmonumenten in Nederland door aankoop voor .
slooping te bewaren,. Op het gebiedvan wetenschappelijke «
` voorlichting valt van Staatswege voor den boschïbouw t
g ongetwijfeld in Nederland nog zeer veel te verrichten.
Laan- en parkboomen, voor zooverre zij groeien op
voor publiek toegankelijke plaatsen, zijn vrij te stellen
van inkomsten- en vermogensbelasting.
Ons doel zal het zijn, na te gaan, hoe de belastings-
wetten moeten toegepast worden, opdat de houtteler zijn
rechtmatig deel bijdraagt tot bestrijding van de Staats-
uitgaven, en hoe de talrijke verwarringen, die bij het `
, aanwenden der bepalingen te duchwten zijn, zoo veel mo-
gelijk kunnen worden vermeden. , ,
4 I. ,
Een zeer beknopte uiteenzetting over den aard· en de l
* beteekenis der belastingen moge voorafgaan, om duidelijk
te maken, van welk standpunt bij deze beschouwingen .
wordt uitgegaan. , ,
Het idee, dat elk staatsburger in de belasting moet _ _
g bijdragen naar genoten waarde, is een verouderd begrip,
dat echter nog steeds, al is het op bescheiden schaal,
j wordt toegepast, b.v. blij gemeentelijke straatblelasting.
` Daarentegen heeft de nobele opvatting van onzen oud-
‘ leermeester Adolf Wagner, namelijk, d·at de wetgever de
belastingen zoodanig moet heffen, dat aan de ongelijke
werdeeling van. het kapitaal geleidelijk een einde wordt
gemaakt, ­- nog weinig vasten voet verkregen.
Het thans vrij algemeen gehuldigde principe is, dat"