HomeDe Nederlandsche belastingswetten in verband met den boschbouwPagina 15

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 7.22 MB

PDF (Volledig document), 18.21 MB

l
l
« , 871.
. De door ons voorgestelde weg is niet geheel juist, I
f maar hij is uit een praktisch oogpunt beschouwd, zeer j
L ; goed te begaan.
{ Zonder handleiding is het den mees- ‘
t ten boscheigenaren onmogelij¤,k,hun be-
j‘ ~ zitte waardeeren evenmin als eenkapi-
" talistzonderfond-sennotejeringinstaat I
zalzijn,de waarde zijnereffectenï opte
[ j geven
a j
j Een commissie, bestaande uit het bestuur en eenige
leden van de Nederlandsche Boschbouwxïereeniging heeft j
j in een reqjuest gericht tot de Tweede Kamer der Sta- I
~ i ten-Generaal aangedrongen om de vermogensbelasting
ij niet te baseeren op de verkoopwaarde van het grond-
j bezit, omdat deze waarde tengevolge van toevallige om-
standigheden, sterk kan afwijken van de<werkelijkewaarde
en aan zeer groote schommelingen onderhevig is, maar
Q _ ook, omd·at de belastingplichtige, die zelf deze waarde j
j moet aangeven, in vele gevallen niet de meest aange- . j
j wezen persoon is voor het bepalen van de waarde van j
* zijn bezit. I
j _ Met de voorgestelde verbeteringen in het wetsontwerp “
kunnen wij ons zeer goed vereenigen. De verlangde ge- .
deeltelijke vrijstelling van oude bosschen in dien, geest, ·
j dat daarvoor geen hoogere waarde dan 'f 1500 per I
IIA. zal worden berekend, achten wij echter alleen dan I
juist, wanneer daaraan de clausule verbonden wordt, i
i dat deze bepaling slechts zal gelden voor het geval,
j d·at deze bosschen geheel of gedeeltelijk voor het publiek
, worden opengesteld. In dat geval profiteert het alge- I
j meen er van en is de gedeeltelijke vrijstelling daarom ,
j gewettigd. Onjuist achten wij de beschouwing, dat die
gedeeltelijke vrijstelling te verdedigen is, omdat oud j
g bosch weinig in waarde toeneemt en het oude hout voor ë
j de industrie niet kan worden ontbeerd. ,
§ ` De wetgever gaat uit van die grondgedachte, dat menig
bezit geringe rente oplevert, maar daarentegen den eige- .
i naar groote zekerheid· biedt. In de inkomstenbelasting
draagt daardoor de belastingschuldige naar rato weinig j
j bij, zoodat een suppletie in de vermogensbelasting den I
j fiscus dit nadeel moet vergoeden. i
Wilde de wetgever d·e belasting gebruiken om de j
3 voortbrenging in bepaalde banen te leiden, dan zou er j
eerder aanleiding zijn den boscheigenaar, die zijn 'boo­
j .
j u
ë , I
E
i l E
'
i