HomeDe Nederlandsche belastingswetten in verband met den boschbouwPagina 11

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 7.25 MB

PDF (Volledig document), 18.21 MB

` 867 `
Kan de aanwas van een bosch worden bepaald en
daarop de inkomstenbelasting worden gebaseerd?
Het bevestigend antwoord zullen wij in het 3e ge-
deelte van dit artikel uiteenzetten.
. Volgens d·e vermogensbelasting van 1892is
, dit een persoonlijke belasting, te heffen van ieders indi- _
vidueel vermogen, progressief en na aftrek van schtul- _
den. De waarde van gebouwde en ongebouwd·e eigen-
dommen kan bepaald worden naar den maatstaf van de
b elastb are opbrengst. In art. 7 der bovengenoemde
- wet heet het: ,,Voor de regeling der belasting wordt
j de waarde van het vermogen bepaald· als volgt:
‘ A. Voor gebouwde eigendommen op het vijftienvoud,
· _ voor ongebouwde eigendommen op het twintigvoud hun-
x ner belastbare opbrengst naar de jongste schatting, tenzij
§ de belastingplichtige mocht verkiezen zijne goederen
, dezer soort, geene uitgezonderd, naar hunne verkoop-
- waarde te schatten.
L Bij het thans bij de wetgevende macht in behandeling
‘ " zijnde ontwerp wordt voorgesteld, dat bij onroerende
j goederen de verkoop·waarde als basis zal wor-
, den genomen en bij twijfel omtrent de verkoopwaarde,
J deze zal worden afgeleid uit die van eigendommen,,goe-
, deren of rechten, welke daarmede, wat soort en om-.
standigheden betreft, overeenkomen.
i Blijkbaar heeft de ontwerper van de wijzigingen in
­ ' de verkoopswaarde een betrouwbaarder maatstaf voor de
t waarde gezien dan in de opbrengst. Vat landerijen aan-
i gaat, moge die zienswijze in het algemeen ook als juist
j worden gehouden, maar bij bosschen gaat men er o. i.
· den verkeerden kant mee uit. Er is de voorkeur aan
§ _, geschonken, de wijziging als een principieele zaak voor
te stellen en dus de fiscale zijde op den achtergrond te
, plaatsen. In de memorie van antwoord laat de oud-Mi-
nister Treuh zich als volgt uit:
· ,,Uit de verandering van karakter der vermogensbelas-
,,ting volgt verder, dat voor geen enkel vermogensbe-
T ,,standdeel d·e belasting afhankelijk mag word·en gesteld
ï ,,van de opbrengst, welke het afwerpt of geacht wordt _
2 ,,af te werpen. _ln een vermogensbelasting, welke het
,,karakter van aanvullingsbelasting bij een inkomstenbe-
~, ,,lasting heeft en in deze functie ten doel heeft, het
[ ,,vermogen als zoodanig te treffen, wegens de hoogere
, ,,draagkracht, welke het geeft, is heffing naar een zeke-
' ,,ren multiplicator van de werkelijke of onderstelde op-
’ ,,brengst van bepaalde onderdeelen van het vermogen
2 ,,principieel verwerpelijk. Vandaar, dat in het hierbij-