HomeOverzicht van den Landbouw van NederlandPagina 40

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 54.54 MB

/ ‘ _ ` ïï
38 DRIESLAGSTELSEL.
kingen evenwel, het gevolg van eene betere rangschikking.
‘ v' Wanneer men echter de nommers die hier medegedeeld
zgn op de schoolkaart zelve en tevens bg de verklaring E
r plaatst, dan zal er geen oogenblik zwarigheid zgn om zich
recht te vinden.
j De akkerbouwstelsels die in Nederland heersehen kunnen i
onderscheiden worden in den akkerbouw op de klei en den A
akkerbouw op het zand. i
i De ak_kerbouw op het zand wordt gedreven op de ·
gl diluviale zand- en grintgronden, op verturfde hooge venen, i
en op vlak gestoven zeeduinen of geestgronden. Hg gaat
ij gepaard met het gebruik tot wei- en hooilanden van moe-
; rasvenen en beekbezinkingen. Het bouwland en het grasland
i T vindt men hier streng gescheiden, en de halve stalvoedering
. algemeen in zwang, zoodat het rundvee steeds den nacht,
en veelal ook een gedeelte van den dag, op stal doorbrengt.
W Over het algemeen zgn de boerdergen op het zand klein van
5 omvang, en met twee tot drie paarden, in N oord­Brabant veelal
H met éen zwaar paard, te bewerken. Wanneer men tien hek-
W taren bouwland en even zooveel wei- en hooiland als eene
_­ gemiddelde grootte voor eene boerderij aanneemt, zal men '
i‘·-i niet ver van de waarheid zgn. In de meest bevolkte stre- U
ken vindt men echter buiten die boerdergen, nog eene me-
. nigte kleinere boeren met éen paard of eenen os, en buiten-
dien daghuurdersplaats_jes van een of twee hektaren grootte. 4
Vooreerst treft _men hier het stelsel aan, dat zooeven reeds
genoemd is: het drieslagstelsel namelgk I2 Dl (7)
waarbij twee derde van het bouwland met rogge en een
l derde met boekweit bezet is, welk laatste gewas, hie1· te '
lande, voor vgf eeuwen, de plaats ingenomen heeft van een
braakjaar. Eenige weinige akkers bg elke boerderg, zwaar-
i der bemest en zorgvuldiger behandeld, dienen voor aardap-
= pelen, voor wat haver en zomergarst, voor wat koolzaad, wat
¥ vlas en wat klaver. Ruim de helft der roggestoppels bezaait
2