HomeOverzicht van den Landbouw van NederlandPagina 20

JPEG (Deze pagina), 965.90 KB

TIFF (Deze pagina), 6.77 MB

PDF (Volledig document), 54.54 MB

( .
« 18 Bnrmnrrnenn. (
, geschikt zijn tot weidegrond, zeer groote voordeelen afwerpen.
Voor onze waterwerken zün die g1·ienden nog· steeds onmis-
baar, hoezeer men zich in de laatste jaren ook met ander
hout heeft leeren behelpen. Het onnoemelijk aantal knot­
l wilgen, Salix alba, dat de oeverlanden onzer groote r1vieren,
en der kleine rivieren en beken tevens, kenmerkt, levert
een zeer voordeelig, vooral voor het maken van gevlochten
j tuinen geschikt, hakhout op. Het groote voordeel van deze
hoog boven den grond afgeknotte wilgen is, dat men hak- I
hout telen kan daar waar vee geweid wordt. Of het schil- _
derachtige der landschappen wint bij die lange rüen afge-
( knotte boomen, is eene andere vraag, die men den land-
H bouwer niet ter beantwoording voor moet leggen.
Van de beplantingen DW (3) is zoo even genoeg
gezegd. Laten wg ons hiähter herinneren, dat de
boomsoorten waaruit die beplantingen bestaan, dezelfde zijn als V
degenen waaruit de bosschen zyn te zamen gesteld. Op klei-
en zavelgronden evenwel, is het opgaande hout zeer dikwüls (
populier, en wel bepaaldelük sedert de laatste halve eeuw, Q
Oanadasche populier, Populas moailifera. Op deze vrucht-
bare gronden, overigens, is ·onder het opgaande hout der
beplantingen, olm of iep, schering en inslag.
Na de woeste en met houtgewas bezette gronden te heb- '
ben behandeld, liggen de gronden aan de beurt die door
akkerbouw (7 tot 17) en veeteelt (4) wordeningenomen,
terwül warmoezerg en tuinbouw (18) met de vruchtboomen­
teelt (19) als een verfijnde, meer ontwikkelde akkerbouw,
tot het einde van dit overzicht bewaard zullen blüven. =
De kennis van den landbouw eener streek heeft tot grond- (
slag de kennis van het heerschende landbouwstelsel, van
O de wüze namelijk, waarop de boer het meeste voordeel uit
zijne boerderü meent te trekken. Een iede1· heeft opgemerkt
dat e1· in elke streek een zeker gebruik, eene bepaalde ge-
woonte heerscht waarnaar de boerderüen ingericht, het land
7; , '
l " l
8 I