HomeOverzicht van den Landbouw van NederlandPagina 19

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 54.54 MB

HOUTTEELTL · 17
Y halve bü dennenbossehen en de eiken- en beukenbosschen
g op zandgronden, tevens regelmatig tot onderhout verstrekt
' aan het opgaand geboomte. In Overüsel en Gelderland,
hier en daar in Utrecht en in Noordbrabant op de zand-
gronden, wordt veel eikenslaghout, zoogenoemd akkermaal, i
geteeld, tot het winnen van de schors, de eek, voor de
looierijen; doch nergens wordt die akkermaalteelt met meer
zorg, en met voordeeliger uitkomsten gedreven dan in Sal-
land, het Zutphensche en op de Veluwenzoom. Dit akker-
A maal velt men op negen- tot uiterlijk twaalfjarigen ouder-
dom. Is het hout ouder, dan verkrijgt de schors de minder
deugdzame eigenschappen van boomsohorsQ Eikenhakhout, »
hoewel gedeeltelük nog wel geschild, maar met minder zorg l
behandeld en vermengd met ander hout, vindt men overi­ _
gens allerwege op de zandgronden; en eveneens berken- X
g hakhout. Beiden worden zelden later dan alle zeven tot U
negen jaren geveld. Esschenhakhout in de beide Hollanden .
en Utrecht, en op de klei langs de groote rivieren, treft V
men nog al eens als hakhoutbosschen aan, in latere tijden U
` · dikwijls aangelegd ter vervanging van de elzen, die den grond j
uitgeput hebben, of althans niet meer zoo goed als vroeger
1 aanslaan. Elders, tusschen ander hakhout en langs de gren­ ·
zen der grondstukken, komt overigens esch zeer menigvuldig V
_ voor, en wordt, zeven jaar oud geveld. Greene boomsoort
5 evenwel is als hakhout meer algemeen, in alle provinciën, g
t en op alle gronden, behalve op hooge, drooge zandgronden,
· dan de els. Op het zand houwt men de stoven om de zeven
g tot twaalf jaren af; op de klei omstreeks alle zes jaren.
‘ Aanzienlijke elzenbosschen evenwel ziet men niet ande1·s dan » jj
op de klei en in de beide Hollanden. Eindelijk moet hier l
` nog gewaagd worden van de grienden, langs de groote ri- lj
i vieren, weerdhout, Salix mnygdalina, met bindwilg, of katwilg
ä Salix oiminalis en gele wilg, Salix vizelliua, die, alle drie jaar
gebouwen, meestal buitendüks geteeld op plekken, die niet
{ .