HomeDe broodzetting, onnut, schadelijk, ongeoorloofdPagina 48

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 46.90 MB

f'/ia r i
Q ii
is
, i‘
jë ‘ t
. 46 ‘
2 ..
ä, Is het echter geen politie maatregel, dan zou men mo-
gelijk hetzelfde gevolg kunnen verkrijgen. De welgezinde A
en eerli`ke bakkers zouden zich volvaarne aan eene hoe-
k. { J U 9
`i’ zeer niet verpligte , keur onderwerpen , omdat daardoor het A
algemeen vertrouwen zal ontstaan op de hoedanigheid van ­
hun brood. Eene o enbaarmakin , hetzi` door een uiterli`k
, _ ii P g .l N J
iii teeken aan de bakkcrü, of op welke vvüze ook, welke bak-
kers zich aan de keur onderwerpen, en of hun brood aan _
= . de vereischten voldoet, zal ten gevolge hebben, dat diegenen . °
Qi het meeste debiet hebben, die het beste brood leveren. .
V g Die instructie overigens , in beide gevallen, zoo doel-
ij trelfend mogelük. Vfanneer alzoo de prijs van het brood wordt
·· overgelaten aan de vrge concurrentie , aan koop en verkoop , _
if door voortbrenger en verbruiker gesloten, en er werkelük een
jl toevoorzigt bestaat op de hoedanigheid, dan zal het alge- _ M
meen belang beter behartigd worden. En, mogt het zijn, _
dat de präs van het brood iets, hoe weinig dan ook, · ` h
duurder was dan anders, hetgeen niet te veronderstellen ·
is, dan zou nog de vraag zün , of niet de hoedanigheid °
van het brood rijkelijk daartegen opwoog. Men bedenke
s i. l
wel: alle prijs en waarde hangt af van het nut, dat eene
j zaak geeft: is het brood voedzamer, geeft het meer nut,
ï ~ de waarde, de prijs daarvan kan en mag daaraan dan ook _ `
evenredig zgn. -­- Het tegenwoordige stelsel verdient af-
ii V; keuring. Men moet het oude niet verwerpen, omdat het
· oud is, maar ook evenmin het behouden, omdat het oud is,
. en dit laatste geloof ik is het geval met de broodzetting.
Het is een stelsel, dat niet in deze eeuw te huis behoort en
dat lünregt in strijd is met de aangenomene rigting, met
`p i de voorschriften der staathuishoudkunde.
Het is dus de pligt der plaatselijke besturen tot de af-
» t schafïing der broodzetting te besluiten, waartoe zij , inge-
j volge Art. 7 van het besluit van 13 April 1843, bevoegd
ll zijn, mits de goedkeuring daarvoor aanvragende bij Gede­ A
i
1 äë .
.:’ï ,