HomeDe broodzetting, onnut, schadelijk, ongeoorloofdPagina 31

JPEG (Deze pagina), 0.95 MB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 46.90 MB

l
‘ Men meene echter niet, dat wij beweren, dat de brood-
· · zetting uitsluitend een gevolg is van het gildenstelsel. Er
bestaat ten onzent gemis aan duidelijke bescheiden op dat
punt, en veel moet men zich bepalen tot gissingen, geput
l g uit oude aanteekeningen. De zorg voor het brood is
reeds voor eeuwen het werk der overheid geweest, van-
· l daar, lang voor het bestaan der gilden, ten tijde der grafe- ä
· lijke regering, de oprigting van broodhuizen in sommige j '_
" plaatsen; maar gerustelijk durven wij volhouden, dat zg ` ij
i met het bestaan der gilden in het naauwste verband staat, ii
zoo als dan ook de meeste keuren en orclonnantiën op ik
' E die zetting uit de tijden der gilden zijn. VVQ moeten ,
· t dus terugkomen op hetgeen wij reeds meermalen sobre-
_ · ven, in den tijd van gilden en monopoliestelsel was de
broodzettmg goed , nuttig en noodzakelijk.
Letten nu nog met een enkel woord op de midde­
` len van toezigt volgens de besluiten van 1826 en1843. r
' Volgens het eerste besluit was, krachtens de daarbij
gevoegde instructie, aan de plaatselijke besturen opgedra-
gen, ten minste vier malen ’s jaars, op niet vooraf bepaalde 1
tijdstippen, de winkels der bakkers te visiteren, ten einde _
tebwaken en te onderzoeken of het aan de zetting onder-
worpene brood van het bepaalde gewigt, van goede hoe-
‘ danigheid en wel doorbalsken was. Het oppertoevoorzigt ill
_ · · over de visitatie was aan de Gouverneurs en Gedeputeerde °
Staten opgedragen, namelijk om casu quo de plaatselijke Q jl,
besturen in hun onderzoek te vergezellen. Te gelgker tüd ‘
moest men het de. bakkers aanwezige graan en meel jl
. inspecteren en onderzoeken of ook dat van eene goede
l " i hoedanigheid was. Al het verdere zullen wij onopgemerkt r
j voorbijgaan. ­ {
Volgens het tweede besluit, dat veel vrijgeviger was, i
maar daarom ook zooveel te inconsequenter, wordt meer aan i
l ' -de verordeningen van de plaatselijke besturen overgelaten,
,1 l