HomeDe broodzetting, onnut, schadelijk, ongeoorloofdPagina 18

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 46.90 MB

i il · ` » ’·‘
. r 16 ­
_ vvakend oog houden op het verkrügbaar stellen der eerste j
i_ jï levensbehoeften en rekende het zich tot eenen pligt toe te
_; zien, dat ieder, en wel voornamelijk de mingegoede, zich _
‘ 3 het noodige voedsel konde verschaffen. De broodzetting
heeft dus ten doe], volgens de eigene woorden der rege-
j ring, uitgedrukt in de memorie van toelichting op het r ’
j Koninklijk besluit van 25 Januarij 1826, om de regtma-
j in . tige belangen van den verbruiker met die van den bak-
fj ker overeen te brengen, en om te beletten, dat de eerste ‘
niet eene belangrijke en onregtmatige belasting, ten gun-
j _ ste van den anderen, behoeve te dragen , en dat de laatste A
A niet in de noodzakelgkheid worde gebragt om, wil hij '
. bestaan, tot bedriegelijke praktüken de toevlugt te nemen. _ ·.
`Hetzelïde beginsel vindt men dan ook bij Chomel, Huis- ,
‘ houdelijk Woordenboelc, eerste deel, in de navolgende i
Ki woorden :
‘ Plégten van dan ba/clrer. _
<» » .
j r p » Dezelve behoort, vvil hij zün gevveeten vrij bevvaaren en · `
§ >> het algemeen, inzonderheid de arme menschen, niet te
j ti >>kort te doen, het brood op zün bepaalde zwaarte te bak- _ l
ïi i>> ken en ’tzelve altijd naar rato van de duurte der granen
L >> te verkoopen, zoodanig dat hij niet meer dan eene be-
j ° l _ >>kvvame bnrgcrlijke winst voor zijn koste en moeite begeert: ‘ ·
j >> Dog devväl dit door de overmaatige vvinzugt veeltijds
j >> van deeze of geene zou kunnen worden vervvaarloost, I `
j , >> is het hierom , dat de Maigistraaten van genoegzaam alle ­
>> landschappen gewoonlijk bij de rijzing en daaling der gran- _ " ’
t E >> nen eene bepaling of maar maken van de prijs des broods j
j i » van een zeekere zwaarte of hoe zwaar het brood van _
­ >> zeekere prijs weegen moet, waarna zig de bakkers bij een
A »daartoe gestelde poene moeten reguleren? A
En nu zou men het vreemd mogen noemen , dat, hoezeer
de broodzetting hoofdzakelgk ten doel had het brood op i