HomeOnze belangrijkste stikstof-hulpmeststoffenPagina 9

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.49 MB

PDF (Volledig document), 32.48 MB

­. 7 .....
Alle andere stoffen kunnen enkel door middel van de wortels
worden opgenomen. Wil dus de plant goed kunnen groeien, dan is
een eerste vereischte, dat van al die stoffen voldoende hoeveelheden
in den grond aanwezig zijn. Dit is nu meestal met zwavel, magnesium,
calcium en ijzer ook wel het geval; waar niet, dan moet men ook
hier door bemesting in de behoefte voorzien. Geheel anders staat het
evenwel met : kalium, phosphorus en stikstof. Deze komen meestal
niet in voldoende hoeveelheden voor om een grooten oogst te kunnen
verwachten. Zij moeten dan dus in den grond gebracht worden in
den vorm van mest. Doch laat ons het geval nog meer vereenvoudigen,
en aannemen, dat we met een bodem te doen hebben, die ook in
ruime mate kalium en phosphor bezit, dan blijft de vraag : « Hoe
moeten we in onze stikstofbehoefte voorzien ? »
Bij de beantwoording dier vraag dienen we eerst te weten in
welken vorm de stikstof door de plant wordt opgenomen. Het is
gebleken dat de plant zeer kieskeurig is in den vorm, waarin ze dit
voedsel op kan nemen. Als meest geliefkoosde vorm neemt de plant
de stikstof op in dien van nitraat (NO.), dus zooals het in het chili-
salpeter voorkomt. Men kan verder gaan, en zeggen, dat dit de eenige
vorm is, waarin alle gewassen deze stof onmiddellijk kunnen opnemen.
De grasachtige gewassen, waartoe, behalve onze echte grassen, ook
de granen gerekend worden, zijn wel in staat om de N (stikstof) in
den vorm van ammoniak (NH,) op te nemen, maar toch ook zij geven
de voorkeur aan nitraatstikstof. Door talrijke proeven is reeds door
velen de verschillende vorm, waarin de stikstof in meststoffen voorkomt,
met elkaar vergeleken om daardoor de betrekkelijke waarde van die
meststoffen te bepalen. De eerste, die deze proeven nam, was prof.
WAGNER. De proef werd met vele gewassen genomen en daaruit de
gemiddelde werking berekend. Zoo kwam hij tot de volgende verhoudings-
getallen (waarbij de werking van chilisalpeter op 100 gesteld werd):
Chilisalpeter ........ 100.
, Zwavelzure-Ammoniak .... 94.
Peruguano ........ 91 .
Bloedmeel ........ 74.
Nog steeds worden jaarlijks vele proeven genomen om deze
meststoffen met elkaar te vergelijken. Zoo heb ik hier nog voor me
x