HomeOnze belangrijkste stikstof-hulpmeststoffenPagina 32

JPEG (Deze pagina), 1.06 MB

TIFF (Deze pagina), 7.61 MB

PDF (Volledig document), 32.48 MB

M -­~~·­· . .. .. ...,r .. .,., ,,,,,_g_,,__;,;___,g;__;__,gK,2_.,¤___m___ j
’ .

- so -
niets meer aanwezig is uit vorige bemestingen, doch de grond een
goede bietendrager is, waarin de nitrificatie uitstekend verloopt, dan lj
zou men een hoeveelheid van 138 : 3 = 46 K. G. N. of 300 K. G.
chi1i­salpeter moeten uitstrooien. Met die hoeveelheid zal men er
echter meestal niet komen, en dat komt door den typischen groei van
dit gewas. Het uitzaaien geschiedt laat, terwijl na het uitdunnen de
I jonge plantjes op grooten afstand van elkaar staan. Ze kunnen dus
slechts een betrekkelijk klein gedeelte van de geheele beteelde opper·
vlakte exploiteeren. Om dit goed te maken, moet men de bemesting
ruimer nemen dan men door berekening vindt. Berekening alleen, we
zagen dit reeds, kan ons niet steeds tot ons doel voeren. Logische
,?ï rederzeering, gepaard met berekening, vormen samen den grondslag
voor de te verstrekken hoeveelheid. De eigen proef geeft ons ten slotte
het afdoende antwoord op de vraag : hoeveel men moet uitstrooien. lï
jh Zonder stalmest hebben zich veelal hoeveelheden van 600 ­­ 700 K. G.
chili per H. A. nog rendabel gemaakt. Wij zullen dus aanraden in die
gevallen te blijven tusschen 300 en 600 ­- 700 K. G. chili per H. A.
Waar men stalmest gebruikt, kan men daarvan een gemiddelde il
werking aannemen van 3,000 K. G. stalmest = 1 baal chili. De stal- g
mest brengt men dan in het najaar onder.
jl) Wat de fosforzuurbemesting betreft, ook hier kunnen we met
56 K. G. P,O, per H. A. niet volstaan, aangezien de wortels niet in
‘ staat zijn de geheele beteelde vlakte te exploiteeren. Zeer zeker zal
jj men op een hoeveelheid van 60 -­ 80 K. G. moeten rekenen. Geeft
lj men 20,000 K. G. stalmest, dan is daarin aanwezig : 20 >< 2,6 = 52 K. G.
fosforzuur. ln dit geval zal men dus kunnen volstaan met 1 of 2 baalt-
jes superfosfaat van 100 K. G. Zonder stalmest geeft men dan
400 -­ 600 K. G. superfosfaat 14 °/Q.
De suikerbiet legt verder veel kali in haar oogst vast. De plant
kan evenwel zeer gemakkelijk kali opnemen, ook al is het in minder
oplosbaren toestand aanwezig. De kali uit stalmest wordt dan ook
, bijna volledig uitgebuit. in een hoeveelheid stalmest van 20,000 K. G.
is aanwezig 20 >< 7 = 140 K. G.
In zoo’n geval ontbreekt dan nog ruim 60 j K. G. g
E;. Is de bodem kaliarm, dan is het dus geraden, 2 - 3 baaltjes §
` patentkali toe te voegen; anders kan men, al naar den natuurlijken
li , t
lï ;
i
Eïäl]
lil, V, .