HomeOnze belangrijkste stikstof-hulpmeststoffenPagina 28

JPEG (Deze pagina), 954.83 KB

TIFF (Deze pagina), 7.61 MB

PDF (Volledig document), 32.48 MB

j;
ë ­- ze -
In vergelijking met tarwe zien we dus, dat rogge aanmerkelijk g
minder stikstof verbruikt en ongeveer evenveel fosforzuur en kali. j
Wat de bemesting betreft, moeten we evenwel bedenken, dat de
rogge meest verbouwd wordt op minder goede gronden, en zoodoende
de geheele stikstoibehoeften dus zal moeten putten uit de te verstrek­
ken hoeveelheid en die, welke nog van vorige bemestingen is achter-
gebleven. De bemesting van de rogge verschilt dus niet veel van die 1,
der tarwe, ondanks de veel geringere N. opname.
Bemesting per H. A.
jj In het najaar : In het voorjaar :
· 100 K.G. chili, bij het zaaien in te eggen. 100 K. G. chili direct na
300-500 Thomasslakken, onder te brengen het herleven der planten. T
met de laatste maal ploegen. Zoonoodig later nog 50-
600 K. G. kainiet, tegelijk met de Thomas- 100 K. G. E
slakken onder te brengen.
Hij, die rogge bouwt als groenvoedergewas, waar het om een
rijke bladontwikkeling te doen is, doet verstandig de stikstofgift g
wat ruimer te nemen. Hier zou het dus aanbeveling verdienen in het
vroege voorjaar dadelijk 200 K. G. chili te verstrooien. Hierdoor wordt 1
, de groei versneld en vervroegd. I
’_ 3. Wintergerst.
Een oogst van 60 H. L. zaad en 4,000 K. G. stroo onttrekt aan den
bodem :
80 K. G. N. sz K. o. P2 os 78,5 K. o. K2 0. i
De gerst groeit het best op niet te zware gronden, die in goeden 1
te toestand verkeeren. ls dit niet het geval, dan zal men meestal van den
tg gerst-oogst niet veel kunnen verwachten. In vergelijking met de rogge "
jr? _ volgt hieruit, dat de N.­gift geringer kan zijn, daar hier de stikstof- l
jl vorming in den bodem weer een rol speelt. Vooral het gebruik van [
den oogst is hier nog van belang; teelt men brouwgerst, dan wenscht ·
men een zetmeelrijke blanke korrel en teelt men het gewas liefst in ‘
j ` oude vaag. ln zulke gevallen zou men dus goed doen te bemesten met Z
Ilêiiï; j