HomeOnze belangrijkste stikstof-hulpmeststoffenPagina 27

JPEG (Deze pagina), 808.88 KB

TIFF (Deze pagina), 7.61 MB

PDF (Volledig document), 32.48 MB

l
.
i
1
rg
·g AANHANGSEL.
al E
l .__..
HS
ëi
18
3*1 Tenslotte willen we hier de meest op den voorgrond tredende
lêt gewassen nog aan een nadere beschouwing t. o. z. van hun bemesting
ïü onderwerpen. Men houde daarbij vooral het in de laatste pag. van
rar het vorige deel gezegde in het oog.
.d, je
L; A. de Halmgewassen.
li
1. Wintertarwe.
iet
en Wat zijn behoefte aan stikstof betreft, is dit gewas reeds in dit
jch boekje besproken, en meen ik hier dus te kunnen volstaan met de
en volgende gegevens.
jan it Bemesting per H. A.
In het najaar = In het voorjaar :
100 K. G. chili na het uitzaaien. 100 K. G. chili, direct na
200--400 K. G. superfosfaat 14 °/0. Hiervan het herleven der planten.
kan men minder nemen, als de voorvrucht Zoo noodig na vier weken
bestond uit een hakvrucht, waaraan men nog eens 50-100 K. G.
een volle stalmestgave toediende. ln zoo'n
geval kan men zelfs meestal een fosfor-
zuurbemesting achterwege laten.
400 K. G. kainiet of 200 K. G. patentkali,
j indien de bodem kali­arm is; anders minder,
1 al naar de omstandigheden. Kainiet brengt
2 men vóór het uitzaaien van het gewas
onder.
2. Winterrogge.
H Door een oogst van 45 H. L. zaad en 6,000 K. G. stroo wordt
ï aan den grond onttrokken :
81 K. G. N. 44,5 K. G. P2 05 85 K. G. K2 O
, N = stikstof; P2 05 = phos phorzuur; K2 0 = kali