HomeOnze belangrijkste stikstof-hulpmeststoffenPagina 24

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 7.63 MB

PDF (Volledig document), 32.48 MB

rk Z die
tri
Elie
bodem zelf kan leveren. Ook voor de bodemstikstof geldt dat ze
eerst tot nitraat moet zijn omgezet alvorens de plant er over kan
beschikken. Die hoeveelheid staat dus in nauw verband met de
werkzaamheid van de nitrificeerende bacteriën. ln een lossen, goeden
bouwvoor zal langs dezen weg dus meer stikstof vrij gemaakt wor­
den dan in een stijven, stuggen grond. Tevens hangt de hoeveelheid,
die de plant uit den bodem putten kan, van het wortelstelsel van het
gewas af. De benaderde hoeveelheid stikstof nu, die men door bemesting
{ moet toevoegen, kan men vinden uit : (totaal benoodigde hoeveelheid
vermindert met de nog aanwezige hoeveelheid). 3. In ons geval dus
(112-20) :3 = j31 K.G. We moeten dus ongeveer 200 tot 250 K.G.
chili per H.A. gebruiken. Voor gronden met minder gunstige nitri-
ficatie deelt men door 2, in welk geval we dus tot een bemesting
komen van (112 -20) : 2 = 46 K.G. of 3 baaltjes per H.A. Zooals
Y reeds gezegd, vormt het gevonden getal slechts een uitgangspunt
voor den boer; door vergelijkende proeven moet hij de voor hem
meest gunstige hoeveelheid nu zelf bepalen. Bij een goed gebruik
van chilisalpeter benadert men dus de bemesiingsbehoefte van het
gewas en verdeelt daarna die totale hoeveelheid in porties, die in
verschillende tijden gegeven worden om daardoor steeds in de
voedingsbehoefte van de planten te voorzien.
Nog willen we met een enkel woord spreken over het gebruik
van chili als overbemesting en wel in het bijzonder met het oog op
de bemesting van het grasland. Hier toch is geen andere bemesting
mogelijk dan juist de overbemesting. Langen tijd meende men, dat
een extra stikstofbemesting op graslanden zich niet rendabel maken
kon. Men meende, dat de vlinderbloemigen, die tusschen de grassen
aangetroffen worden, genoeg stikstof verzamelden om in de behoefte ‘
ï te kunnen voorzien. Nauwkeurige onderzoekingen hebben echter g
wel anders bewezen. Ik heb hier voor me liggen de resultaten van
li proefnemingen verricht door Dr. Famke en OETKEN uit Noord-
lit Duitschland. Beiden hebben zich daar bekend gemaakt door hun
` studies over het blijvend grasland. Zij wijzen er in hun beschouwin­ (
lQ" gen op, dat, afgezien van de vermeerderde hoeveelheid, de h0edanig­
i heid van den oogst er door een doelmatige bemesting zeer sterk op
1 ‘ vooruit gaat. Zij maken de gevolgtrekking, dat tengevolge van
l"

Mila;.