HomeOnze belangrijkste stikstof-hulpmeststoffenPagina 22

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.59 MB

PDF (Volledig document), 32.48 MB

rl
it.;
- 20 -
zeggen : hier moet de proef den doorslag geven. De aard van het
gewas en de soort van grond spelen hierbij een belangrijke rol.
Heeft men te doen met een vlakwortelend gewas (d.i. een gewas
waarbij de hoofdmassa der wortels in de bovenste aardlagen blijft)
en een lossen grond, dan zal een verdeeling van de voorjaarsbemesting
misschien zeer rentegevend zijn; is daarentegen de bodem stijf, zoodat
de meststof niet snel gelijkmatig in den bouwvoor verspreid wordt,
dan is het misschien gewenscht in het vroege voorjaar de geheele rest
in eens uit te strooien, de wortels zullen dan het langzaam dieper-
zinkend gedeelte gemakkelijk kunnen achtervolgen. Nogeens: wat men
doen moet, is het best door den boer zelf uit te maken; er zijn te
veel factoren, die hier hun gewicht in de schaal kunnen leggen (b.v.
Q niet altijd zal op het geschikte oogenblik de benoodigde werkkracht
tg, voor uitstrooiing ter beschikking staan).
Bemest men dus de wintervruchten gewoonlijk tweemaal met
chili, ook voor de zomergewassen geschiedt dit dikwijls met voor-
deel. Zoo geeft men bieten het best een gedeelte bij het zaaien en
jg. de rest een week of vier later. Men trekke uit het hierboven gezegde
vooral niet de conclusie, dat men chilisalpeter steeds in kleinere
porties moet geven om verliezen naar den ondergrond te voorkomen,
doch men bedenke, dat men door zoo te handelen het best in de
hij voadingsbehoefte van het gewas kan voorzien. Vlinderbloemigen, die
op lateren leeftijd zelf in hun stikstofbehoeften kunnen voorzien,
geeft men bij het zaaien zooveel chili, dat ze de eerste moeilijke
I periode (de z.g. hongerperiode) gemakkelijk door kunnen komen.
Overigens dient men bij deze gewassen voorzichtig te zijn met stikstof-
gi;. bemesting; in de practijk verbouwt men ze dan ook het liefst op
land, dat in goeden cultuurtoestand is (oude vaag). {
Ons rest nu nog de beantwoording der derde vraag:
3. Hoeveel Chilisalpeter is per H.A. noodig?
Moet bij de beantwoording der vorige vraag veel aan den
gebruiker zelf overgelaten worden. hier is dit nog in veel sterkere
lj ‘ mate het geval. Vaste voorschriften kan men hier teneenenmale niet ‘
geven; men kan den landbouwer op den goeden weg helpen, door
t _ eigen zoeken moet hij uitmaken, wat voor hem de meest geschikte
jg;)