HomeOnze belangrijkste stikstof-hulpmeststoffenPagina 10

JPEG (Deze pagina), 1.11 MB

TIFF (Deze pagina), 7.49 MB

PDF (Volledig document), 32.48 MB

.=j€‘
ë
lj
§
· "` 8 ”" · ·
f .
liggen cijfers van jongeren datum, nl. cijfers, die overgenomen zijn
Q uit de Berichte der Landwirtschafi (1914). Daar komen de proefnemers
tot de volgende getallen :
Chilisalpeter ........ 100.
li Zwavelzure­Ammoniak .... 89. ‘
` Kalkstikstof ........ 76.
9 Kalksalpeter ........ 99.
l Bij de laatste proeven moet evenwel opgemerkt worden, dat zij '
slechts drie jaren volgehouden konden worden. Deze laatste cijfers
g schijnen mij dan ook minder betrouwbaar dan die van WAGNER.
O Dit wat de vorm betreft, waarin de stikstof door de planten wordt
_ opgenomen.
p Letten we nu eens op het lgebruik van de N. door de plant.
i Zooals een ieder weet, bestaat het plantenlichaam uit cellen, die voor
een zeer belangrijk gedeelte uit eiwitstoffen bestaan. Voor den opbouw
x van die eiwitten nu is stikstof noodig, en hieruit volgt dus, dat geen
{ celvermeerdering (groei) kan plaats vinden, indien de plant niet de ·
l benoodigde hoeveelheid stikstof tot hare beschikking heeft. Tevens
ju volgt hieruit, dat juist dan de grootste behoefte aan deze stof zal
bestaan, als ze in haar sterksten groei is. Laten we eens zeer vluchtig
het leven van een graanplant nagaan. Als na het zaaien in den nazomer
E de korrels ontkiemd zijn, moet het gewas in den korten tijd, die het l
E nog rest voor den aanstaanden winter, zoover gegroeid zijn, dat het
sterk genoeg is het koude jaargetijde te kunnen doorstaan. `Dan volgt
een tijd van rust, doch niet zoodra komt de mildere tijd, of het
I gewas begint zijn groei weer. In betrekkelijk korten tijd wordt nu '
. zeer veel plantensubstantie gevormd. Daarna komt nog eenmaal een
periode, waarin veel « stof » door de plant gevormd wordt, nl. gedu-
j rende den tijd, dat de vruchten moeten volgroeien. Gaan we nu eens
Q het nut na van een dergelijke waarneming, dan blijkt :
l 1. Om geheel te kunnen volgroeien en vruchten te kunnen voort- _
g brengen, is een zekere totale hoeveelheid voedsel noodig. Deze noemt
5 men wel : de bemestingsbehoefte van het gewas.
, 2. Op een bepaald oogenblik kan de behoefte aan een bepaalde
L voedingsstof veel grooter zijn dan in een ander. Hoe intensiever de
z
l