HomeRapport betreffende de harswinningPagina 6

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 7.57 MB

PDF (Volledig document), 24.70 MB

j 4
de gemaakte wonde vloeit. Daar deze laatste spoedig zoodanig
met gestold hars is overtrokken, dat van verder uitvloeien van
l hars geen sprake meer is, moet de wonde geregeldworden ver-
groot, hetgeen men doet door haar aan de bovenzijde opnieuw
af te beitelen, waardoor de wondstrook ongeveer % c.lVl. langer
j wordt. Daar dit herhaaldelijk moet geschieden, neemt de wonde
den vorm van een 50-80 c.M. lange strook aan.
Een groot nadeel van deze werkwijze [procédé au crotj is, dat
de hars, die van het bovenste gedeelte van de wondstrook naar
het bakje, het z.g. tapgat, vloeit een betrekkelijk langen afstand
. af te leggen heeft, waardoor de waardevolle terpentijnolie voor
i een gedeelte verdampt. Ook is verontreiniging door houtspaan­
ders, bastschilvers, insecten enz. niet uitgesloten.
Reeds in 1840 werd een andere werkwijze bekend, die echter
eerst 20 jaren later in Frankrijk naar waarde zou worden geschat
en de hiervoor omschreven methode verdrong. Dit was het stelsel
1 Hughe. Hierbij wordt geen tapgat onder aan de wondstrook uit-
gebeiteld, maar in plaats daarvan gebruik gemaakt van verglaas­
i de aarden potjes, in den vorm van een bloempot, waarin de
l hars wordt opgevangen (fig. 9). Naarmate de wondstrook hooger
j wordt uitgebeiteld, worden de potjes ook hooger bevestigd, zoo-
* dat de uitvloeiende hars geen langen weg behoeft af te leggen,
voordat zij wordt opgevangen. De potjes rusten op een spijker,
die in den boom wordt geslagen. De bovenrand rust onder tegen
een zinken plaatje, dat in de wondstrook wordt geslagen en voor
gootje dient, om de hars in de potjes terecht te doen komen. .
ledere week wordt de wondstrook naar boven toe iets vergroot
om de harskanalen open te houden. Alle 15 tot 20 dagen worden
de potjes in een bakje leeggegoten, waarna de hars in vaten (bar-
cousj wordt verzameld. Deze vaten zijn in het bosch in den grond
gegraven en worden stevig gesloten. Het vervoer van de hars
geschiedt meestal in vaten van 340 L. inhoud.
Het volgende jaar wordt aan de andere zijde van den boom
een wondstrook gemaakt en zoo gaat men geleidelijk den geheelen
boom rond, zorgdragend, dat elke nieuwe wondstrook iets hooger
komt te liggen dan de vorige. _
Waar men slechts geleidelijk de wondstrooken aanbrengt,
§ wordt de boom niet, tenzij zeer langzaam, gedood. Men spreekt
5 dan van gernmage à vie. Bij de gemmage à mort ofgernmage à
l