HomeRapport betreffende de harswinningPagina 5

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 7.25 MB

PDF (Volledig document), 24.70 MB

. 3 l
Treedt de harswinning echter op den voorgrond, dan laat men V
zoo spoedig mogelijk den dichten stand varen en zorgt, dat men l
na 3 dunningen, dus in het 18de levensjaar, 1000-1200 stammen
per H.A. heeft. Vanaf de eerste dunningen worden de toekom-
stige harsboomen geleidelijk tot een hoogte van 3-4 M. opge-
snoeid om vorming van knoesten aan de stammen te voorkomen
i en zoodoende de latere harswinning te vergemakkelijken. Na de
4de dunning, dus in het 25ste jaar, zijn de dennen geschikt om
·_ geharst te worden. Ze hebben dan aan den voet een omtrek van
80-100 c.M. Er staan dan 700-800 stammen op één H.A. Op 30-
, jarigen leeftijd heeft het bosch nog slechts 400 stammen per H.A.
' Om tot dit geringe aantal te komen, moeten dus heel wat
ë boomen vallen en omdat ze reeds geschikt voor de harswinning
zijn, worden ze zoodanig uitgebuit, dat de dood er het gevolg van
f is (gemmage à mort]. Men kiest hiervoor de slechte stammen uit.
l Dit doodharsen vindt vanaf de 4de dunning plaats, totdat men ·
i het gewenschte aantal stammen (pl.m. 400 per H.A.) heeft be-
reikt.
Van nu af wordt de harswinning zoodanig gedreven, dat de
g boomen in leven blijven [gemmage à vie]. Zijn ze echter zoo
zwaar geworden, dat een ruimere stand noodzakelijk is, dan
l wordt weer een aantal stammen doodgeharst, waarmede eenige
ï jaren van te voren moet worden begonnen. Zoo gaat men door
tot aan het einde van den omloop (100-120, soms 140 jaar] nog
slechts 150-200 stammen per H.A. staan. Dan worden de boomen
gekapt en verder als werkhout of brandhout gebruikt. ‘
Een natuurlijke verjonging der harsbosschen is meestal uitge-
sloten, want 150 tot 200 boomen per H.A. zijn niet voldoende om
den bodem voor sterke vervuiling te behoeden "].
Het winnen van de hars geschiedt op de volgende wijze:
Men maakt aan den voet van den boom een wonde, door
_ den bast over een lengte van pl.m. 25 c.M. ter breedte van
{ 12-15 c.M. weg te nemen en hierbij tevens zeer oppervlakkig
( het houtlichaam te verwonden. Deze wondstrook heet in Zuid-
Frankrijk quarre of carre. Vervolgens wordt in het hout, onder
*i aan de wondstrook en zeer dicht bij den grond, een bakje of
p r kommetje uitgebeiteld [crot]. Dit bakje vangt de hars op, die uit
l ') Zie P. Mouillefert, Exploitation et aménagement des bois.
I