HomeRapport betreffende de harswinningPagina 20

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.32 MB

PDF (Volledig document), 24.70 MB

lil
l
I I
‘ Ten slotte maken wij nog opmerkzaam op twee bronnen van
harswinning, welke ook in Nederland worden gevonden.
E In de eerste plaats bevatten de dennestompen een vrij groote :
j hoeveelheid hars.
Volgens Schwalbe te Eberswalde (Mitteilungen aus der Che-
gg misch­Technologischen Abteilung der Hauptstation des Forstlichen
II Versuchswesens] bevat vooral het kernhout van het onderste i
l stamdeel, hetwelk ook een deel der dennestompen uitmaakt, hars.
t Wortels en spint zijn hieraan betrekkelijk arm. Het hars- en I
I terpentijngehalte van stompen van 100­jarige dennen bedroeg, I
nadat het water eraan was onttrokken:
I voor het_spint 7.5 pCt. hars en 0.8 pCt. terpentijn,
I voor de wortels 8.1 pCt. hars en 1.1 pCt. terpentijn, i_
I voor de kern 13.3 pCt. hars en 5.7 pCt. terpentijn.
I Rekent men nu, dat van die stompen */3 deel spint en 2/= deel
J kern is, dan komt men op een harsgehalte van 11,4 pCt. en een p
In terpentijngehalte van 4 pCt.
I Voor 1 ruimtemeter stompen komt Schwalbe op een hoeveel-
I heid van 34 K.G. hars en 9 K.G. terpentijn, waarvan tenminste ‘
I 70 pCt. kan worden gewonnen door het gekloofde hout met ”
, bijtende natronloog tot een temperatuur van 170 gr. tot 180 gr.
te verhitten. Uit de proeven van Schwalbe is at te leiden, dat I
Duitschland met zijn dennestronken 15 pCt. van zijn jaarlijk­ ( W
sche behoefte aan hars en 18 pCt. van zijn verbruik aan terpen- `
tijn zou kunnen dekken. · .
Daar de grove­dennenbosschen in ons land, zooals gezegd, op
veel jongeren leeftijd geveld worden en de stompen dus niet
alleen belangrijk kleiner, doch ook het procent kernhout aan- I
merkelijk geringer zal zijn dan van de oudere stompen, zal deze l
g bron van harswinning, zij het ook als hulpbron, voor ons land
Q van weinig beteekenis zijn. p
Als laatste bron van harswinning vinden wij in de litteratuur g
I nog vermeld de harsgallen, welke aan jonge grove­dennentwij-
l gen gevormd worden door de dennenharsbuilrups (Retinia resi­ ~
nella L.] De kleine vlinder van deze rupsen komt ook in ons land ,
I vrij veelvuldig voor, doch in mindere mate dan vorige jaren. é
‘ Uit 1250 van dergelijke gallen zou pl.m. 1 K.G. hars gewon­ i
nen kunnen worden
I I
` ï
I I
‘ l
I, , ‘