HomeRapport betreffende de harswinningPagina 17

JPEG (Deze pagina), 974.86 KB

TIFF (Deze pagina), 7.36 MB

PDF (Volledig document), 24.70 MB

15 l
bezette gebied in het oosten te winnen hoeveelheden hars toe- j
j reikend zullen zijn; tot heden bestaan er ten minste nog geen {
J bepalingen, waardoor ook de gemeenten of particulieren genood-
~ zaakt worden hun bosschen zooveel mogelijk op harswinning te
exploiteeren. Wel wordt er voor dezen tak van het boschbedrijt j
D, veel reclame gemaakt, 0.m. door den zeer hoogen prijs, welken
l de Regeering voor de hars betaalt.
Daar, zooals gezegd, de proetnemingen op het gebied der hars- j
. winning in Duitschland nog van zeer jongen datum zijn, was het ,
j niet wel doenlijk ons vele eenheidscijters te verschaffen.
‘ In geval in ons land tot harswinning op grootere ot kleinere
t schaal mocht worden overgegaan, zullen deze langzamerhand
i verkregen kunnen worden.
c. Thans rest nog de vraag, in hoeverre de bosschen in Ne-
derland in staat zouden zijn om hier te lande te voorzien in de be- l
i hoefte aan hars en terpentijn.
Het is voor ons land hoofdzakelijk de grove den [Pinus silves­
, tris L.], die deze producten zou moeten leveren. Andere daartoe
Q geschikte naaldhoutsoorten zijn niet in voldoend aantal aan- r
W wezig.
Bij den groven den zou de harswinning dan alleen moeten ge-
schieden in bosschen, welke binnen korten tijd (ongeveer 6‘ jaar]
ä geveld moeten worden, omdat:
rii 1. de verdere groei der boomen door het harsen belangrijk
wordt teruggezet en de diktegroei een zeer eigenaardig verloop
` krijgt (zie de foto], zoodat de bij het begin der harswinning aan
3 een boom aanwezige hoeveelheid werkhout niet meer toeneemt
j en het dus uit een rentabiliteitsoogpunt geen zin zoude hebben die
Q boomen langer te behouden; A
l 2. de geharste, kwijnende boomen zeer waarschijnlijk ernstig
l door insecten [vooral den dennenscheerder] zouden worden aan-
j ` getast, welke plaag dan ook op de in de omgeving aanwezige
j jonge bosschen zoude overgaan. Dit punt treedt hier meer op den
Q; voorgrond dan in Duitschland, omdat de boomen, welke daar ge-
harst worden, veel ouder zijn en dus minder van schorskevers
j te lijden hebben.
l In Nederland bedraagt de meest gebruikelijke omloop der
j grove­dennenbosschen 40-50 jaar.

3
l
l