HomeVierde brief van Jan Regtuit, passagier van het schip De Nederlanden, vroeger gevoerd door kapitein KaasPagina 6

JPEG (Deze pagina), 824.00 KB

TIFF (Deze pagina), 6.05 MB

PDF (Volledig document), 12.61 MB

ä
i
( 6 l j
het nu stil en doodsch , en de opgepropte pakhuizen
‘ zijn met sloten en zegels voorzien , die de spre·
ker mij met nadruk aanwees, er büvoegende: ziedaar
ole grozwlslag des ondergangs van dit eiland. Ligging,
· haven , rijkdom , goede trouw en volkskarakter wer-
ken te zamen om het eene stapelplaats voor de geheele
wereld , voor alle natiën te doen zün; maar een za- »
mengesteld en moeijelijk belastingstelsel voor in- en
uitgaande rcgten, aan zoo vele formaliteiten onder-
worpen, bindt de handen des ijverigen koopmans,
kluisteren hem met boeijen , die hij niet kan dragen,
en die den vreemdeling vooral doet terugdeinzen om
bij hem ter markt te komen.
Maar is het volk dan gek, dat het zich zoo om
den tuin laat leiden, en zich willens en vmtens doet
bederven en ontzenuwen? Wordt het door een Al-
leenheerscher of door Aristocraten geregeerd? viel ik
mijn vriend in de rede.
Door geen van beide, hernam hü ; het heeft een
naar bepaalde wetten regerenden Koning , uit een ge-
slacht waarvoor het goed en bloed ten dienste heeft,
zij hebben ook inderdaad edele en wczanlzge volks-
‘ vertegenwoordigers, die de belangen van het eiland
ter /tar/e nemen , dan wat zal ik zeggen? brave ou- ‘
ders kunnen slechte kinderen hebben , die alles be-
derven, zoo gaat het ook hier; doch de graven
sehuaïclen. ­­- ­- Stil! hoort gij geen trom? laat ons
dit discours staken, en het te huis op ons gemak
voortzetten. Een monstertje der militaire magt van
dit eiland te zien kan een vreemdeling ook niet on-
verschillig wezen. " ‘
VVaarl§k niet, gaf ik hem ten antwoord. En al- _
hoewel ik nieuwsgierig was , wat meer van de rege-
A ringsvorm te weten, en te hooren welk een soort van
Koning hier heerschte, liet ik mij leiden , en zocht
met mijne oogen iets te ontdekken uit de streek van
waar het gerom , dom , dom mij het oor scheen te
treffen. -- Och! het zijn kinderen! riep ik, zoodra
ik de troep zag, het is zeker kermis? -- Waa1·achtig
geen kermis , en ofschoon het kinderen zijn, zijn het
l` i