HomeVierde brief van Jan Regtuit, passagier van het schip De Nederlanden, vroeger gevoerd door kapitein KaasPagina 5

JPEG (Deze pagina), 883.13 KB

TIFF (Deze pagina), 6.02 MB

PDF (Volledig document), 12.61 MB

V »»·· ‘ "
l ( `

v · 1
l J
j ( 5 l ij
gene wandelwegen ; op de netheid en kleeding der in­
{ woners , in één woord`, op alles, wat een’ vreemde-
Q ling belang inboezemt , en waar de ingezetenen maar
l al te dikwijls met onverschilligheid overheen loopen. ïï
Ook prees de orde en goede policie welke hier
; heerscht , hee ieder onderdaan als uit de natuur , als
j v uit een’ aangeboren aard, mede werkte om die te hel-
· pen handhaven , en met een’ zucht voegde hij ·er bij:
­· Jammer! duizendmaal jammer! dat zulk een volk,
` dat het door zuinigheid , maar ook door werkzaam-
. heid zoo verre gebragt heeft, door de slgjfáoofdzjg/zeid
van eenige dwarsdrijvers, die van hunne zuinigheid
een sehrzudelgls misöruila maken, te gronde neigt.
De overgewonnene penningen worden den rijken door
, list ontleend , om hen in hanne magt te hebben, en
jj alzoo in bedwang te houden ; (want ook de goden · v
l v . . . . . . . . elkander,) de klei-nen , die van deze af- i
i hangen, worden op allerlei wijzen uitgemergeld , om
, hen den weg af te snijden, waarop hunne voorvaders ‘
l het zoo ver gebragt hebben, en waar langs men door
AF vlijt en werkzaamheid een goed gezeten burger kon j
j worden; en de armen , hoewel zeer rijkelijk , zeer
milddadig bedeeld , moeten door de wjjze waarop dit
geschied, altijd arm blijven. Ziet, vervolgde hij,
ziet die haven, welk een tal van schepen! Welk een l
j rijkdom! Maar helaas! welk een nuttelooze rijkdom!
4 Vele liggen daar maanden, ja jaren, de meesten ont~ {
i takeld. Iluizende , naar werk hunkerende menschen ç
{ zien die zeekasteelen, van deze kaai met bedroefde {gj
J oogen aan , en zeggen met tranen op de wangen aan
g hunne bedrukte vrouwen en onnoozele kinderen in ‘ ’
L hunne eenvoudige taal: zouden de handen , die alle _
@ deze schepen gebouwd hebben , wel gedachi heeben, lj jj
dat zj ze veïvaardzjgdezz om hier te vermolmen, en ;
i te verrollen? Anderen staan met hun endje püp
ï in den mond over eene leuning te kijken, en wijzen `
. elkander de bodems waarop zij weleer als stuurman
‘ _; voeren, en beklagen zich nu geen dienst als matroos Y
l ‘ te kunnen bekomen. Waar vroeger de hamerslagen
jj der scheepstimmerliedcn in de lucht wcergalmden is
l n
f I »