HomeVierde brief van Jan Regtuit, passagier van het schip De Nederlanden, vroeger gevoerd door kapitein KaasPagina 14

JPEG (Deze pagina), 845.81 KB

TIFF (Deze pagina), 6.28 MB

PDF (Volledig document), 12.61 MB

v ( 14 l A
jï zoo hoog geacht, vaart er nog mede: de Kapitein i
I alleen is veranderd, die oude Kaas, die ons zoo
{ lang gecommandeerd heeft, daar wij eerst zoo van ti
. hielden, dien wij als het ware op onze handen droe- L
' gen, waar wij vaak ons goed en bloed voor opge- i
j. oflerd hebben, dien wij nooit kapitein maar immer ·,
j vader heetten, die oude sehelm, na dat hij onze
schuit verwaarloosd en ongelukkig gemaakt had, ons, ,_,
zijne oudste vrienden, heeft bij verlaten , en is met 4
al ons hebben en houden, en met een vreemd wijf, »
Vï; daar hij tijdens zijne brave vrouw nog leefde al
mede huisde, naar een vreemd land gaan wonen.-· i
F Die schobbejakl -- In den beginne stonden wij al
wat te kijken. Nu, dat kunt gij begrijpen, want `ï.
jj wij wisten er niets van: toen eens, niet op een’
goeden , maar slechten morgen, zijn zoon aan boord ·
ll kwam en vertelde dat hij onze Kapitein wasll! Hoe `
donder is het mogelijk! riep de een, je bent geen '
i zeeman, je kunt geen schip commanderen, en wie j
heeft u tot onzen Kapitein gemaakt? riep een ander.· «
Q Waar wou jij de stuurmanskunst geleerd hebben?
j vroeg een derde. ­- Maar stil! donderde weldra als J
j uit alle monden; laat item begaan, laat ons God al
jj danken dat wij den ouden, zoo zonder slag ofsioozf i*
zijn kwijt geraakt, en laat ons zien wat deze wil. .
V; Schepen commanderen heeft hij wel nooit geleerd,
i maar zullen en kunnen hem immers wel helpen?
j "t is genoeg als hij het maar goed met ons meent,
{ wij allen hebben ons schuitje zoo lief, daarvan is hij
ä zeker, wat hij niet weet zullen wij hem leeren; wat
hg niet kan, zullen wij wel doen. Leve de Kapi-
l, tein! Hora! Hoezee! Maar wat ventlll In den
beginne ging alles goed , en niettegenstaande er veel
Q op hem viel af te wijzen, wij allen wel wat van hem ‘
wisten, waren toch waarachtig maatjes. Het ‘
l welzijn van ons schip , waar ons aller welvaart, het
g welzijn van onze vrouwen en kinderen zoo naauw aan · ‘
j verbonden is, vorderde toegevendheixl , en ook, hij ··
ä pakte ons zoo aardig- in, beloofde gouden bergen,
T zou heel anders zgn als zgn vader, deelde allerlei,
è' I
l