HomeHet persoonlik kontakt tussen leraar en leerlingPagina 8

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 6.78 MB

PDF (Volledig document), 17.01 MB

{
{
{
{
{ .
5 {
dan mag er verder tussen zijn leerlingen en hem zelden of ”
nooit een woord vallen van persoonlike aard, dan is hij toch
een goed leraar en een man, uitst·eken·d op zijn plaats aan de `
school, misschien meer op z’n plaats dan een ander, die wel
intenessante dingen vertelt en de leerlingen ook wel wat
meegeeft, maar die toch zijn plicht niet doet. Er staan mij {_
in ·dit verband een paar herinneringen voor de geest. Ik heb yr
1 in mijn gymnasium-tijd l-es gehad van een knap man, wiens { {
{ naam ik niet noem -- hij is ook al overleden. Uren ko·n hij
{ met ons praten. Wij luisterden met gespannen aandacht naar {
zijn beschouwingen over Christelike gods·dienst of Buddhistiese ’
{ moraal. Hij leerde o11s denken. Maar, als ik nu aan die jaren
{ . terugdenk en aan die man, dan zeg ik toch: ,,Ja, ik heb veel
{ aan hem gehad en in menig opzicht herdenk ik hem met {
{ grote dankbaarheid, maar - hij leerde mij geen Grieks. En {
dat was toch zijn p·licbt." En aan diezelfde school. was een _ ‘
ander man, helemaal niet knap, geborneerd in z’n opvattingen
over mensen ·en dingen, klein in zijn waardering, met een
b·eperkte k·ennis ook van z’n eigen vak. Hij was niet bemind,
{ wel gevncesd, ook niet rechtvaardig. Maar hij leerde ons Latijn.
{ En goed. En als ik aan die man denk en met an·deren nog
{ wel eens over hem spree·k, dan zeg ik wel: ,,Je kunt zeggen
van hem, wat je wilt, maar hij leerde je Latijn. En dat deed hij,
{. goed, trouw en toeg·ewij·d."
Nu moet ik het hier gezegde even toelichten of beter: voor-
{ komen, dat men in ·d·e diskussie- straks vraagt ot ik dan dit _ {
of dat ­~ dingen, die ik misschien terloops gezegd heb -
{ verdedig. lk wil natuurlik niet gezegd hebben, dat ik. ge-
; ko·nc·cntr·eerdheid op het eigen vak het een en het al vind. Ook .
{ mij is natuurlik een man ot vrouw met ruime blik ’t liefst,
{ ook mij is natuurlik zo’n geborneerd m·ens, ·die geen zaligheid
{ ziet buiten de kennis van zijn vak een gruwel. Ik heb ev­enmin ` { _
{ will·en zeggen, dat je onbemind, gevreesd, onrechtvaardig mag {
{ zijn, als je maar een goed leraar bent. Natuurlik heb ik dat , _
{ niet willen zeggen. Alleen dit: dat iedeneen, die naar de _· { ·
{ school gaat als leraar, zich hierop kan en moet toeleggen: . _ .
{ da.t hij goed onderwijs geeft, dat hij daarvan ’t beste maakt. . " {
Men zou in dit verban-d kunnen z·eggen: zoek dat maar als ‘ ‘
{ ’t eerst nodige, het nauwer kontakt met de le·erlingen is een '
{ gave, die de een wordt toegeworpen en de ander niet. Misschien §
` is ’t ’t beste om dat maar rustig at te wachten en op dit {
{ subtiele punt niet le forceren, en niet t-e zoeken. Daarop kom
ik straks nog wel terug.
{ · E
{
{ · {
{ {
{ .
{