HomeHet persoonlik kontakt tussen leraar en leerlingPagina 17

JPEG (Deze pagina), 953.88 KB

TIFF (Deze pagina), 6.81 MB

PDF (Volledig document), 17.01 MB

_ 15
Q schoolse omgang met _kin·deren. lk ben - u merkt `t -- aan
, die buitenschoolse omgang zo langzamerhan-d toegeko·men,
toen ik begon te praten over dagjes uit, voetbalmatches en
toneelrepetities. Maar over ’t allermoeilikste van die buiten-
schoolse omgang moet ik nog spreken: over ’t praten met ·
de Leerlingen. Misschien is deze stelling niet te boud: dat wil
eigenlik iedereen ’t liefst. Dat heb je voor ogen als je, jong,
denkt aan: ,,iets zijn voor de kindere-n." lets zijn voor de
kindenen, dat wil zeggen: invloed op ze hebben, ze helpen
, vormen, hopen·op hun vertrouwen, verwachten hun oudere
_ vriend of vriendin te zullen zijn.
Het is maar voor enkelen weggelegd, schijnt mij. lin ’t
? meest voor de onb·ewusten. Het is hiermee, dunkt me, als
, met die mensen, die de bijbel noemt Gods beminden, wie
Hij het als in de slaap geeft. Ik zou toch wel als algemeen
_ voorschrift will-en geven: zoelc dat praten met kinderen niet
opzcttelik. Wacht maar af of ze bij u komen. lin ga er dan,
voorzichtig, op in. Want ’t zijn sterke benen, die de weelde
kunnen dragen. ’k Hoorde een wederzijdse kennis door één
mijner vriend-en eens zo typeren: ,,l.)e kerel is zo ver in
’t aanhoren van vrouwcnbiechten, nu, en je zult het met
me eens zijn, dat dat··een gevaarlik bedrijf is." Dat was ik
met de spreker eens. Maar kin·derbiechten zijn ook gevaarlik.
l Gevaarlik voor jez-elf. Niet alleen, en niet in de eerste plaats,
. om het interessante dat er veelal, het piquante dat er soms
i in is, maar omdat ze zo gevaarlik kunnen zijn voor je
W ijdelheid. ’Vant het is toch wel strelendom vertrouwd te
l worden en als biechtvader de gebreken aan te horen, die de
omgang of het ond·erwijs van kollega X of Z aankleven. Want
5 daarover praten kinderen graag en veel. lin het lijkt me haast _
j niet te vermijden in de buitensclioolse omgang met leerlingen
l om daarvoor altijd je oren te sluiten. lin dat mo·et toch. (lm
i je kollega en om jezelf.
. ? lk hoorde eens van een jonge leraar. llij was niet kwaad.
{V Maar een beetje ijdel. Met de ord­e had hij nooit moeite gehad.
Jammer geno·eg, misschien. Want daardoor was hij een tikje
over ’t paard getild en daardoor had hij een ziereltje van
ijdele verbazing over docenten, die op de school kwamen en
met de orde wel spul hadden. Hij zocht de omgang met
‘ kinderen. En in die omgang deed hij ze ook geen kwaad.
. Maar de kinderen deden hem kwaad. Hij werd er zo ijdel
* van. En die ijdelheid kwam hij dan bij zijn rector luchten
in deze vorm lJ.v.: ,,lk moet u eens iets lierocrds vertellen.