HomeHet persoonlik kontakt tussen leraar en leerlingPagina 14

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.06 MB

PDF (Volledig document), 17.01 MB

­ 12
Nu, ziet u, als ik -daar nu aan ·denk, dan schaam ik me
toch over zo’n naiveteit. Ja, weet u waarom? Omdat ik
Q sindsdien v·erstaan h·eb dat er niet voor ni·ets in het ,,Onze `
Vader" staat: ,,Leid ons niet in verzoeking". Je moet bij proef-
werk maar toezicht houden, niet argwanend, maar met ver-
Q stand, iets k·orriger·end en van tijd tot tijd eens 0pkijk·end. Iets
Q korrigerend zeg ik, dat is dus: z·elf ook werkend. Om het ­
Q voorbeeld. Ik hou·d niet van de leraar, die bij het proefwerk
Q van de klas de krant leest. U d·enkt toch, hoop ik, op ’t ogen-
Q . blik niet aan het beruchte ve·rhaal van de krant met het
Q gaatje erin? Dat moet een legendaries verhaal zijn. Een leraar,
Q die met een krant zou zitten met een gaatje er in, zou geen
Q haar beter zijn dan de jongen, die spiekt. Zo’n l·eraar mag
Q niet bestaan. En, laat ik dat en passant ook maar even zeggen:
Q de sigaar past ook niet voor de klas, ook niet bij proefwerk.
Q In onze school wordt niet erookt. En dat is een vo-ortreffelik
Q UOOl'$C]ZI°if[, omdat het gevälg ervan is een voortreffelik voor-
Q beeld. In de w·erksfeer behoort geen sigaar.
Gaat hij ons n11 voorschriften geven ho·e we ons in de klas
Q gedragen moeten, vraagt u misschien? Ja dames en heren, . _
Q ik spreek immers over de omgang met leerlingen in de klas.
Q En het allerlaatst had ik het toch o-verhet voorbeeld? H-oren
Q die dingen niet bij de omgang? Ik dacht van wel. Maar stel .
Q 11 gerust. Ik zeg er niet veel van. Een paar dingen maar. Dat
voorbeeld van het niet-roken bracht me er o·p.
Q Ik begon mijn leraarsloopbaan op een gymnasium. In de
Q zesde klass·e zaten de leerlingen aan tafeltjes en op stoel·e·n.
Q En de leraar zat ook aan een tafeltje voo·r ·de klas. De andere
Q klassen hadden l·essenaars voor de docenten. In die klas nu
Q zat ik geregeld op het tafeltje. Totdat de rector eens binnen-
Q kwam ·en d·e les bijwoonde. Na afloop daarva.n riep hij mij
Q bij zich. ,,Laten we even over die les van u pra·ten," zei hij.
Q ,,Kijk, nu moet ik 11 om ’te beginnen dit zeggen: ik vind het
Q geen houding voor een leraar om op de tafel voor de klas te
Q zitten." Ik weet nog, dat ik een kop kreeg als vuur. Maar ik . ,
Q heb na die tijd nooit meer op de tafel voor d·e klas gezeten.
Q ,,Du.s hij had gelijk ?" vraagt 11. Ja zek-er, hij had gelijk, tegen-
Q over mij, aanvang·er, onbedreven spitter, had hij gelijk. Ik moest
Q m’n hel·e w.eg nog maken, ik was nog niets en nog niemand
en de nector had gro-ot gelijk met mij ·er op te wijzen, dat °
Q inachtneming van een zeker decorum een jon.ge man past.
Hij had misschien g-een absoluut gelijk. ’t Absolute bestaat
Q nu eenmaal niet op de wereld. Want ik denk aan een ander
Q
Q
Q
Q
Q
n
Q
Q
Q