HomeHet persoonlik kontakt tussen leraar en leerlingPagina 12

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 17.01 MB

i
J 10
I ' maken, of wat ook. Neen, je gaat do·o·deenvoudig, om d-es
f gew·et«ens wil, excuses maken, t·e eerder, om-dat je nog in
` ’t voordeel was van een meerdere, wie een mindere geen ‘
brutaal tegenantwoord mag geven. En of je gezag dan rijst of
daalt is een ding, dat hierbij niet meetelt.
In dit verband nog een ander ding. Het moet iedere docent
makkelik afgaan om tegenover ·een kind ongelijk te. willen ~,
hebben. Om dezelfde reden, waarom ik straks zei, dat een
leraar door een leerling niet beledigd kan worden. Wat is er
nu makkeliker om tegen een kind, tegen wie je b.v. gezegd
hebt; ,,Jij bent vanmorgen ook te laat gekomen" of wat dan
ook, en die antwoordt: ,,Neen meneer, zeker niet, ik was op `
tijd" en ’t kind heeft klaarblijkelik gelijk, te zeggen: ,,0, dan
heb ik me vergist." Ik vind dat zo klein om tegenover een
kind gelijk te willen hebben. Ik heb eens een leraar mee-
gemaakt, die haalde mij er dan ongelukkigerwijs bij, en dan
ging dat vijf minuten achter elkaar b.v. zo: ,,Ik heb gezien,
dat jij ·dat boek van de bank ·duwde." ,,Neen, meneer, dat viel _
eraf." ,,Maar toen ik m’n les begon lag je elleboog op tafel,
en net toen dat boek viel, zag ik die elleboog in de hoogte."
,,J a, meneer, dat weet ik niet, dat kan wel." ,,Maar waarom
. had je die elleboog dan in de hoogte," enz.. Nu, zulke dingen
[ voel ik in m’n maag. Bovendien weet ik dan nooit hoe ik
­ me houden moet. In dat geval wist ik wel altijd hoe het ·
gesprek eindigde: de le­erling gaf het uit verveling op, want
hij wist zo zeker als ik: de leraar moest gelijk hebben.
Ziet u, nu zeg ik: je moet als leraar vooral voornaam zijn,
vooral - zal ik het maar bijbels zeggen? - als een leerling
i je -dwingt e-en mijl met hem te gaan, twee mijlen met bem
1 gaan. En vertrouwen.
Ga ik niet te ver? Breng ik beginnende doeenten niet op
j ' een dwaalspoor, beginnende ­docenten die het, toch heus wel
moeielike vak, nog helemaal moeten leren? B·en ik wel voor- ·
zichtig genoeg`? Vergeet ik hier zelf niet dat woord, dat ik zo
menigmaal tegen b·eginnende docenten zeg: ,,Denkt u ·erom, , _·
een leraar is als een koetsier op de bok: al kent hij zijn ·
paarden nog zoo goed, hij kan toch nooit op de bok slapen." .
l Ik geloof dat dat beeld niet kwaad is. Ook hierom niet, omdat · "
[ i11 de koetsier ­de man gegeven wordt, die toch in zekere
J zin z’n paarden wèl kent, va.n z’n paarden ook houdt, wel °
j weet, wat er va11 ze te wachten is, maar uit z’n ervaring ook j
dit weet, dat een onverwachte invloed van buiten af z’n
{ anders goedige beesten van de wijs kan brengen; ook dit weet,
a
l
l