HomeDe Vechtasche straf-inrigting, niet navolgenswaardig voor NederlandPagina 19

JPEG (Deze pagina), 863.47 KB

TIFF (Deze pagina), 6.53 MB

PDF (Volledig document), 29.83 MB

i
t
17

Wij betwijfelen of dit wel van eenig belang geweest zal t
zijn, want heeft een goedhartig directeur en ondergeschikt
personeel, cel en werkzaal beiden ter beschikking, en zijn (
er dan blijvende gebreken aan de cel, zooals in de Olden-
burgsche, waar de ventilatie minder voldoende is en waar
de reiniging van de privaten in het gebouw moet plaats
hebben; waar de verwarming hoogst omslagtig en onvoldoende
, is, (bl. ll) dan komt men er al spoedig toe, om de cel (
bgzaak, de geineenschappelijke werkzaal hoofdzaak te doen
·· - zijn. Altijd blijft de afzonderlijke afsluiting dan wel regel,
maar toch, behoudens de noodige rogïziyángen (bl. 8), zoodat O
het van een tragen, angstvalligen of ónergieken directeur
;_ afhangt, om dat te accomoderen naar zijn welgevallen, of
naarmate hg streng, of minder streng van aard is.
Van de gevangenis te Oldenburg zullen wij verder niet `
veel zeggen. Het schijnt dat deze meer bijzonder voor
preventief opgeslotenen gebruikt wordt, waarmede vrij ons
zeer goed zouden kunnen vereenigen. Een lluis van Arrest i
en Strafgevangenis in één gebouw, (altijd van Cellulaire t
gestichten gesproken,) is minder verkieslijk. Preventieve
( gevangenen vereischen doorgaans veel zorg en waakzaamheid t
en toch is hunne afzondering van andere gevangenen van
zulk een uitnemend belang. t
i Dat in die gevangenis te Oldenburg de cellulaire opslui­ i
O , ting niet ver zvordzf gedreven, schijnt de tevredenheid van j
den Heer G., met het oog op de daarmede overeenkomende O
Y gevangenissen te Roermond, Dordrecht en Goes, te hebben
opgewekt (bl. 9). De godsdienstoefening wordt niet in af-
gesloten hokjes gehouden (Stales); niet vóór op eene reet
- staande deuren, zooals ons plrmös hegü. Verder: geene f
_ cellulaire zoonrZeMo7qjes, maar als de gevangenen wandelen, j
dan 4 a 5 pas achter elkander, in tegenwoordigheid van
eenen bewaarder, die zamensprekingen voorkomt. En, t
daar men in onderling herkennen geen bezwaar vindt, zijn g
2 t
t
l
i