Home1000 pound belooning dood of levendPagina 95

JPEG (Deze pagina), 858.18 KB

TIFF (Deze pagina), 5.40 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

‘ ~2’ ll Y nu O- _-M-vr U _ Yvvwy .
iii
[gilet ,
_ stappen achter mij. Werkelijk: twee gedaanten, die er verdacht _.
·. genoeg uitzagen, volgden mij. Echte strandloopers ·­­ kerels, ‘*
lggg die men in alle havenplaatsen ziet rond slenteren en die meer
gb afschuw hebben voor werk dan voor misdrijf. Ik bleef staan, er
‘ zij ook. Langzaam ging ik verder, om hen bij de eerste de
lgäïl beste lantaarn te laten voorbijgaan. Maar nu slopen ook
* zij slechts heel langzaam verder, zoodat de afstand maar weinig
ljljäj verminderde. Het kon toeval zijn. Ik wilde in ieder geval het •
naaste zijpad inslaan. _;
ljigil ._ Maar zoo ver zou ik niet komen. Plotseling zag ik vóór ik ·
I mij uit de duisternis twee gedaanten opduiken en twee
ljgg anderen langs het zijpad zoo vlug zij konden komen aan~
2 loopen. Van voren, van achteren en opzij was ik afgesneden. l‘
ï»@f§ï«‘ Aan den kant waar geen gevaar dreigde, glinsterde de rivier.
ë Halfluide kreten van verstandhouding ·-· achter mij begonnen *
-, mijne achtervolgers te draven. Omtrent hunne bedoelingen
ij, behoefde ik geen twijfel meer ‘ te hebben. Ik haalde mijn
Y _ browning uit den zak. Gemakkelijk spel zouden zij niet hebben.
Maar zou het schieten de politie niet aantrekken? Daar deze
Z voor het grootste gedeelte uit Engelschen bestond, zou ik
licht van den regen in den drop komen.
äëih *ê Ik had slechts eenige seconden om te overleggen. Zes tegen
V . een vormden een overmacht, waartegen ook de sterkste man
ll niet is opgewassen, wanneer zij met dolken aan den gang
JA gaan. Ik hoorde reeds het hijgen van de moordenaars. Het ï
jrg stond mij tegen nu op den loop te gaan, maar nog ter rech··
,g§$§l _ tertijd had mijn verstand de overhand. Met een snelle be~ _
ljïï weging gaf ik mijne onwillekeurig ingenomen verdedigings­ ‘
ii stelling op. Een paar snelle passen ·-· harde vloeken klonken V j
”i achter mij ·- een flinke aanloop, een sprong -« en over mij
sloot zich het trage, vieze water van de Whampoo.
Na eenigen tijd hield ik met zwemmen op en luisterde.
êïïj gj; Bah, de kerels waren te laf. Niet een had het aangedurfd
mij na te springen.
àjï Op beide oevers schemerden lichten; anders had ik geen
ll'? steunpunt in de duisternis. gl
jij.; Mijne positie was allesbehalve benijdenswaardig. Er scheen
jj geen enkel vaartuig op de rivier te zijn, tenminste ik zag geen
gg eq licht. Daarbij begonnen mijne doornatte kleeren mij naar be~
jg; neden te trekken.
ëïli lil `
il ,,’‘i· 92
eë ·5i= ig:
`lh El
rl`` j
‘«?;A] · ` àl