Home1000 pound belooning dood of levendPagina 85

JPEG (Deze pagina), 740.67 KB

TIFF (Deze pagina), 5.41 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

V `xer rgvr v l°Y° `Y`r"""""""‘**"ï‘1"""‘ï ­­ . ­ - e. 4­.­ nz- in
Ek Y j
I s 3
" I niet verstaan." Een Hollandsche bagger­opzicl1ter, die op reis
Q is naar Takubarre, behoeft toch geen Engelsch te kunnen §
·, spreken. Ik bezit een pas ten name van Pieter Blaamo.
l o Daarvan zal ik gebruik maken." Ii
ä Ik had mijn plan in stilte van alle kanten nauwkeurig over-
s; _ wogen. Zeker, ik begaf mij op vijandelijken grond, en keek
J . men mij aan boord van de ,,Ataka Maru" in de kaart, dan I
; was ik verloren. Men behoefde mij dan maar over te leveren
jij J aan een van de oorlogsschepen, die zeker in de Golf van I
li F Petsjili op de loer zouden liggen, welke mij met genoegen
Bp. in ontvangst genomen en aan een Engelschen krijgsraad gi
jl;. overgeleverd zouden hebben. Maar er lag geen geschikt 1
neutraal schip in de haven, en al deden ook mijne gast- s
l? vrienden alles, om mij het verblijf bij hen zoo aangenaam
mogelijk te maken ­-· het oude verlangen naar het vaderland Q
jïgg trok mij opnieuw met onweerstaanbaar geweld uit dit be­· E
Ql · spiegelende leven naar den strijd met de vijandelijke machten. jg
I Dit maal viel mij het afscheid niet erg licht. Abshagens ig
’°¥ Q trouwe vriendschap, de zorg van Mevrouw Resi. die echte ä
Hi? Duitsche huisvrouw, het vroolijk gebabbel van hun kind, dat i
gl alles had den vluchteling onuitsprekelijk goed gedaan. Ook S
deze regels moge het hun zeggen, wanneer zij den weg over ï
¤ Q het groote water mochten vinden. 3
Met het passagebiljet, dat ik bij de agenten Wise and
;~ï`f" Comp. gehaald had, liet ik mij den 5d¢¤ Iuni des middags
igïr half vier door een boot van een reeder aan boord brengen. g
fè Drie japanners met officierspetten op de zwartlokkige hoofden,
äi kapitein, eerste officier en betaalmeester, stonden over de "
reeling nieuwsgierig naar mij te kijken. Tot aan de ooren «
gr grijnzend met de hand aan de pet, diep buigend en daarbij
naar landsaard met een zoo luid mogelijk gesis de lucht _
.;,4 inademend, begroette mij dat drietal aan de valreep. alsof
{lg, ik een hooge gast was. Ik was de eenige passagier, zooals .
ik weldra vernam, en mijn persoon verhief hun schip dadelijk j
ij tot den hoogeren trap van passagiersschip.
Gedienstig als een hofmeester bracht de betaalmeester mij s
jlggëj ` naar het voor mij bestemde vertrek. ,,Alles keurig gewasschen,"
verzekerde hij mij dadelijk, maar erg aanlokkend zag de "
hut er niet uit. Wat mij het onaangenaamst aandeed ­­­· het T
lj rook er naar ratten. Ik richtte mij zoo goed als het ging inen
të ‘?`
l ,2
x`§ Wi ä