Home1000 pound belooning dood of levendPagina 77

JPEG (Deze pagina), 834.21 KB

TIFF (Deze pagina), 5.45 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

mkïfïïf ` I I
El! L
li? il "
xl`. (g
ug le · 1
;;' Het leek wel, alsof er kerels met lantarens door het bosch
ET I sprongen. Wie griezelen `had willen leeren zou hier een beste
lle in leerschool hebben gehad."
‘T§_ Het meest ergerde ik mij over dien verwenschten knol,
if waarop ik weer eens ter afwisseling was gaan zitten. 1,
S, Nu eens stond- hij stil, dan weer beet hij naar mijne knieen,
*-3, ·. dan weer liep hij achteruit, en plotseling ·-· hoe zou ik ook
dien greppel hebben kunnen zien ­­· lag ik er hals over kop
jl? jr in. Nu, levensgevaarlijk was het niet. Mijn edel ros stond
niet hoog, en ik ben •van nature met mager. Minder aange~
jg { naam gestemd was ik over het verlies van onze lantaarn.
` Wel hield ik ze nog krampachtig in mijn rechterhand, maar
bij ze brandde met meer en was, zooals ik al tastend met mijn
iv linkerhand kon constateeren, geheel vernield.
‘¥ Natuurlijk duurde het een poosje, .vóórdat dat koppige
* = beest ertoe besloot weer op te staan en verder te marcheeren. i
i Zwijgend reed ik vooraan. Achter mij begon het oude liedje:
1 ,,Moros, Moros, seüor !" Schönberg zeide wel een kwartier
lang geen stom woord, totdat het hem ineens werd ingegeven: '
«. ,,Heb jij de regenjassen ?"
lijf I Ik greep naar voren ·­ neen, ze waren er niet meer.
`VAY Q. ,,Dan moeten ze nog in den greppel liggen," zei Schönberg.
Mijn bescheiden vraag, waarom hij daarnaar niet een
kwartier vroeger geïnformeerd had, liet hij onbeantwoord. ·
Ik nam het hem niet kwalijk. Niemand wordt graag aan .
jg., eigen fouten herinnerd. ____ I; I
,,Dus rechtsomkeert," zeide ik dadelijk besloten.
Wij beiden waren tamelijk terneergeslagen, onze gids daar~ ;
jj'jl°g§g‘{ entegen was opgelucht; want hij dacht niet anders, dan dat
gi? wij er genoeg van hadden. .
Het was natuurlijk geen kleinigheid de plaats van het
onheil weer te vinden, maar gelukkig ·-· voor ons ~« trapte -
’j de Tagalees met zijne bloote voeten in een glasscherf van de ;
lantaarn, en zoo bezorgde hij ons tenminste onze gummi~ j
'f;<L`ï··;*à jassen weer. Bij de dagelijksche tropische regenbuien zouden ·
wij ze niet gaarne hebben gemist. De Tagalees scheen onze ·
vreugde niet geheel te deelen. De wond was overigens i
nauwelijks de moeite waard, zooals later bleek.
Op den bergrug vonden wij gelukkig weldra het kleine ;
kratermeer, waarover men ons gesproken had, en daar de ·
lë 74
‘ « xl
;j s ‘
nï l'?
T1 = k I .
"·<`l