Home1000 pound belooning dood of levendPagina 75

JPEG (Deze pagina), 848.58 KB

TIFF (Deze pagina), 5.40 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

.­. .--.4 ,.:~:,r; ~-~·~ -·­·=­~#·
_ g cz A; ""`°"" "` Y ~ { ..‘ « .· , z ­;_ä_‘ _;____+ _1: _á
l , `
Kg lg heid bevond zich blijkbaar een recht deftig gezelschap van
l die donkere lieden van eer. Bijna zouden wij rechtstreeks in
;, f' hunne armen zijn geloopen. Zonder twijfel zou men ons met
¤,· vreugde welkom hebben geheeten en ons aan hun familiefeest,
n of wat zij anders juist vierden, een voorname rol hebben toe~
g jj bedacht. Ik dring mij echter aan niemand op, en ook Schön-
d .j berg beschouwde het als correcter dit gezelschap niet in hun
{S j vreugde te storen.
e · Wij gingen dus zoo stil mogelijk zijwaarts het kreupelhout in. i
Een sterk verlangen naar huis trok onzen gids met geweld
V; ; terug naar vrouw en kind, en hij beschouwde het als van~
g zelfsprekend, dat ook wij van dit nachtelijk avontuur rijkelijk
y genoeg hadden. Eensdeels was dit zeker het geval; maar om
gl na al die moeilijkheden onverrichterzake naar Malabang terug
- te keeren en van de Amerikanen te hooren: ,,Dat wisten wij
g van te voren wel," was een te onaangenaam vooruitzicht.
g jl Weldra moesten wij de hoogte hebben bereikt en dan gingen
_] g wij zeker beter vooruit, tenminste . . . Wat duivel, daar brulden
J ; die kerels weer, alsof zij levend gebraden werden. Ook een
5 § manier van feestvierenl
Onze Tagalees beefde over het geheele lichaam: ,,Moros,
, j moros, seüor," stamelde hij voortdurend. Op eene niet te
, bepalen afstand klonken door den nacht uitroepen ten ant- `
g g woord. Kortom, wij zaten weder niet weinig in verlegenheid. j
, De uitdrukkingen waarmede wij aan onze gevoelens lucht V
. j gaven, wil ik maar liever verzwijgen. Zacht besnaarde ge-
; l moederen zouden er aanstoot aan kunnen nemen. In ieder i
g l geval maakten ze het onzen gids duidelijk, dat hij naar den `
[ duivel kon loopen, als hij er zin in had, maar dat wij in '
[ ieder geval de gehuurde knollen bij ons zouden houden. Dat
[ j scheen hem niet te bevallen. Steunend als een oud wijf .
j strompelde hij achter ons aan. ‘
L l Gelukkig hield tenminste de regen op. Wij konden onze A
; gummi~jassen, die ons bij het klimmen hinderden, weer vóór ;‘
ons zadel binden, en daar c de wolken uiteengingen en de ”
sterren te voorschijn kwamen, was het ook mogelijk om een `
j bepaalde richting te blijven volgen. Hoe zouden wij gedu~ lj
’ rende dat voortdurende dwalen zonder deze hemelsche gidsen l
uit dit stikdonkere bosch zijn gekomen! Daarbij werden wij. j
voortdurend door groote dwaallichten van de wijs gebracht. j
· “ 71 ,,
I
$