Home1000 pound belooning dood of levendPagina 74

JPEG (Deze pagina), 847.56 KB

TIFF (Deze pagina), 5.40 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

, Fl? K Y ' _
iï ï
ïiïè F
ia r . .. . . . . ll
g van me, en 1k was blij, dat deze gids er niet met zijn beide Q
lijf l dieren vandoor ging. l
Q, f Zoolang Schönberg reed, scheen alles naar wensch te gaan, , '
· maar nauwelijks zat ik op het paard, of de ellende begon vant
j ' meet af aan. Het bleef staan, en daarmee niet tevreden om
lg; ï van zijn ontevredenheid over mijn lichaamsgewicht op deze ,,
I wijze blijk te geven, beet het beroerde beest voortdurend ',
naar mijne beenen. Ten overvloed van ramp kreeg onze gids ,
jlllf; plotseling een bevlieging van angst en stamelde in de hoogste ’
` toonaarden: ,,Moros, Moros, seüor!" ` E
_ ,,Och, klets," zeide ik en stond op het punt hem een paar
” draaien om zijn ooren te geven. Ook ik had het langgerekte l
j geluid gehoord, maar meende bepaald, dat het van een dier
afkomstig was. Schönberg en ik waren, zooals men zich wel
§;§gfQ 9 kan voorstellen, in een allesbehalve vroolijke stemming. Ge~
lukkig scheen de jonge man duidelijk te gevoelen, dat bij eene
T uitbarsting van onze opgekropte woede zijn eigen persoon alle F
i kans liep als bliksemafleider te moeten dienen. In ieder geval i
; vermande hij zich en liep, toen het beest ten slotte toch nog E
t op een handtastelijke uitnoodiging inging, zwijgend naast ons S
ljàêjgg verder.
. Nu begon een ellendige klimpartij, want wij moesten een
gjjjï gi twee duizend voet hoogen bergrug overklimmen om Ganasee,
äjggji de eerste menschelijke nederzetting aan den anderen kant, te
bereiken. Ten overvloede begon het nu ook nog te regenen, j
_?¥ï,, zoodat wij, evenals de paarden, bijna bij iederen stap uit~
jl gleden. De paden over het gebergte, die waarschijnlijk uit
den oertijd stamden, waren ellendig. Vaak versperden dikke j
li boomstammen den weg. Nog moeilijker was het om de dieren g
iïï over de bergbeekjes te brengen, die door meters diepe voren f
ïfff; in den grond liepen, en die wij, tot aan den buik in het vinnig j
koude water, moesten doorwaden. l
Plotseling verklaarde de zoogenaamde gids, dat hij den l
gi.? weg niet verder kende. En nauwelijks had hij ons deze liefelijke
gggi mededeeling gedaan, toen er vlak vóór ons een veelstemmig,
moorddadig gehuil weerklonk. ' [
Dat ontbrak er nog maar aan. l
’,;l`Y ,,Moros, Moros!" jammerde de Philippino. ’
aê is­‘ Ditmaal spraken wij het niet tegen. Ook Schönberg en ik
gevoelden ons niet op ons gemak. In onze onmiddellijke nabij-
M A I
l 70
jj us.
il l
’! =. .