Home1000 pound belooning dood of levendPagina 72

JPEG (Deze pagina), 865.26 KB

TIFF (Deze pagina), 5.40 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

,, ­’·=('
sê t
?‘?‘ .2 ··
il I
F de farm behoorende bruine volk, vooral de vrouwen, op den 5
I; V grond gehurkt aan lijnen trekken, die over de hennepvelden nl
ii I waren gespannen. Deze beweging liet houten latjes tegen E
` ` elkaar slaan, waardoor het geklepper ontstond. Dit moest de I,
_ sprinkhanen verjagen, maar jammer genoeg waren er onder die
‘ millioenen en millioenen vele duizenden, die zich daardoor in
L5 het minst niet lieten bang maken. Het was werkelijk treurig Q A
ig? om te zien, hoe hennep~ en jonge cocosaanplantingen van
j _ deze plaag te lijden hadden. Toch waren wij blijde zulk een
inval te hebben beleefd. Een uur later voer onze barkas de ;g
kleine rivier op, die naar Malabang voert.
Wachttorens en oude Spaansche forten deden zien, welk
jj; ‘ een moeite het den voormaligen bezitters der Philippijnen
gekost had om zich ook maar slechts op deze kustplaatsen
jlïjçi ‘ tegen de inlanders staande te houden.
2* K Wederom werden wij vreemdelingen allervriendelijkst ont~ 2
vangen, ditmaal door een zekeren mister Davis Staples, wiens Q
l2f`* ' huishouding door eene Iapansche in Europeesche kleeding
I werd gedaan. Zoo reisden wij van plaats tot plaats en werden
overal als welkome gasten ontvangen. In dit opzicht hadden
wij alle reden zeer dankbaar te zijn. j
Ook hier verwekte ons plan algemeen hoofdschudden, ja,
_, men twijfelde eraan, of ons de hooge overheid wel zou toe~
; staan. ons leven zoo lichtzinnig op het spel te zetten. Om i
maar dadelijk hieromtrent zekerheid te verkrijgen, lieten wij
den commandant van de politie ten onzent komen, en nu
gQg§g;"g begon er een lange onderhandeling. Eerst toen zijne meest ,
jl ¤; teekenende schilderingen geen uitwerking hadden, gaf ons de
goede man met een zacht verwijt in zijn stem de vereischte ;
Q toestemming. Weldra stonden er twee gidsen »­­» half bloeden ·-
‘;f;_ en drie paarden voor ons huis. In een Chineesche kroeg dronken i
*ï.·i;j. wij een glas bier ten afscheid, en toen wij nu ten slotte wilden
IG ` vertrekken, dook plotseling onze politieman weer op. Maar niet
ij om onze reis te belemmeren, zooals wij eerst meenden, integen~
fi deel. Ook hij scheen ergens een hartversterking genomen te
hebben, tenminste zijn oogjes schitterden van ondernemings~ j
geest en met luide stem zwoer hij, zelf iederen Moro het hoofd
’§2 te zullen afslaan, die ons iets in den weg zou durven leggen. j
L Met deze troostvolle belofte ging onze kleine karavaan een
j_»,l,.?· uur vóór zonsondergang op weg.
II ut, ·
` 68 j
j