Home1000 pound belooning dood of levendPagina 66

JPEG (Deze pagina), 862.88 KB

TIFF (Deze pagina), 5.41 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

ïiïl 5
‘ ‘~' l
H ' en goot voor ieder een slok in een kleine schelp. jongens, "L_
i` Q, wat glansden daarbij hunne oogen! En toen het vurige vocht
l· lf hun keel was binnengeslokt, scheen de kracht van die bruine
l s kerels te zijn verdubbeld. Dankbaar namen zij ook een paar
sigaren aan. Doch in plaats van die te rooken, braken zij ze
’ï stuk en staken de tabak onder hunne dikke bovenlip. Zoo §
.,‘ pruimden zij er urenlang vroolijk op los, waarbij wij naar
jl Q verhouding flink vooruit kwamen.
sg Tegen den middag kwamen er plotseling gasten, wier ge~ E
zelschap wij gaarne hadden gemist. Spitse, driehoekige vinnen ë
staken boven de nu kalme watervlakte uit en weldra zagen j
jj; wij de hyena's der zee levensgroot. Ongetwijfeld had over
ll Tj boord geworpen afval hen aangetrokken. Nu raakten wij ze
Q niet meer kwijt.
fgf; _ Eindelijk blies een zachte bries in het zeil en ontnam den jj
lv roeiers het grootste deel van hun werk. Des middags tegen
·­ vier uur kwam er aan bakboord als een heldere streep land
in zicht. Volgens de kaart moesten dit de Saranganveilanden .«
g` zijn. Twee uur later liepen wij tegen zonsondergang de ·­
Tumanoabaai binnen, om hier te informeeren naar een gelegen-
heid om per boot verder te komen. jg
lji§‘·ïê De eenige blanke, die hier woonde, een Amerikaan, was [
l niet weinig verrast, toen wij hem in zijn eenzaamheid kwamen Q
bezoeken. Wat een treurig leven leidde de arme kerel daar!
Hij was blind en daarbij alleen en slechts aangewezen op het
{ [ij gezelschap van zijne aardige vrouw, eene kleurlinge. Zij was
j namelijk de zuster van Queen Emma, eene aan alle Zuid~zee~
j, vaarders welbekende vrouw. Hare uitnoodigende blikken ver-
j rieden, dat zij ons gaarne een tijdlang hier zou gezien hebben. li
Zij moest zich hier doodelijk vervelen, dat konden wij ons
l indenken, maar toen wij twee uur onder een glas bier ver~ il ‘
, praat hadden, werden wij verder voortgedreven. Hier was .
# voor ons niets te hopen, maar, meende Mister Coy, dezer I ‘
L fi dagen moest er van Glan een stoomboot afgaan naar Mindanao. ‘
gj In ieder geval wilden wij die halen, want slechts eens in de _ 1
gi vier weken deed zich daar zulk eene gelegenheid voor. i 1
g§rf2j' Het vooruitzicht weder met onze ellendige boot tevreden
i Lily te moeten zijn, was niet bepaald aanlokkend. Zij lekte nog % 1
t jï=.‘ steeds als een zeef en op mijn geheele lichaam gevoelde ik l 1
'_f de scherpe kanten van onze bagage en het voormalige petro~ _
lg? 62 E
4 ' " l
. is i
`i·L.“ ,,,, ....