Home1000 pound belooning dood of levendPagina 65

JPEG (Deze pagina), 876.05 KB

TIFF (Deze pagina), 5.41 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

._;.--~­-;aa~ä£JJ ~··‘ "=”#*‘ *"·"‘ "·*·"‘·‘F"""_ T *.7 [
li En was hij in staat om nog helder aan iets te denken, dan
ll zal het hem op dit oogenblik ongetwijfeld bitter bert uwd
jl hebben niet aan boord van den Hollander te zijn gebleven.
Van tijd tot tijd stak ik een lucifer aan. Deze korte ver-
Q lichting was juist voldoende om mij gelegenheid te geven mijn
. zakkompas te raadplegen. Dit, alsmede Engelhart's zeekaart
L toch waren mijne eenige hulpmiddelen bij dezen tocht. Hoe
dankbaar was ik mijn besten vriend voor zijn waardevol ge-
schenk. Zonder zijn vooruitziende voorzorg had ik zulk een
tocht nooit kunnen ondernemen.
m· gë ‘ Maar ook deze afschuwelijke nacht nam een einde. Zoodra
lat de zon opging, bedaarde de storm, en nu in het volle dag-
Jts licht zag alles er dadelijk geheel anders uit. Weliswaar zaten
wij nog steeds tot aan de knieën in het kabbelende water,
’€" · "‘ maar in de tropen is zulk een voortdurend voetbad wel uit
ge te houden. Weldra waren wij voor alles dankbaar, wat maar
le" l` verfrisschend werkte. Maar nu nam de wind voortdurend af
en en weldra was het doodstil op de glinsterende watervlakte.
Fn fi Natuurlijk kwamen wij niet verder en braadden in de zon
lk' zonder eenige beschutting. Dit was nu weer niet erg aange-
m‘ W naam, en Schönberg, die er langzamerhand weer bovenop
n' kwam, gebruikte zijne frisch ontwakende krachten om de .
le" ¢ geheele christelijke zeevaart in het algemeen en dezen zeiltocht in
en het bijzonder met eenige voor zijn gezondheidstoestand merk~ ,
En `ï waardig krachtige verwenschingen te bestempelen. "
路 Onze Kanaken waren in ieder geval erg tevreden. Dat zij
ll? Y tijd verloren, kwam er in hun leven niet op aan. Vergenoegd
V1) pratend en daarbij zoo noodig water scheppend aten zij .
n' hunne meegebrachte voorraden op, totdat ik door mijn bevel
ar i tot roeien aan dit idyllische leventje een einde maakte. ‘
gld Wat werden me die zooeven nog zoo vroolijke gezichten *
i" ` lang! On`ze mannen hadden echter, niettegenstaande wij nog ·
Q maar zoo kort geleden met elkaar hadden kennis gemaakt,
al begrepen, dat tegenspraak en ongehoorzaamheid slechts on- T.
’l° i vriendelijke tegenwerkingen ten gevolge hadden. Dus namen .
IC zij de riemen op en begonnen zwaar zuchtend te roeien. X
3* Hoewel kleederen hun niet in den weg zaten, liep het
‘ zweet hun in stroomen over de glanzende, bruine huid. Dit E
IB `ï gezicht stemde mij niet prettig. Als kinderen zoet zijn ver­· nl
:1* dienen zij eene belooning. Ik opende dus mijn cognacflesch ;
­ . 61
{